PAJOTTENLAND/PAMEL – Vlaamse LEADER-dag zoekt sterkere band tussen plattelandsbeleid en lokale gemeenschap

Een vijftigtal vertegenwoordigers van LEADER-gebieden, lokale actiegroepen, overheden en projectorganisaties uit Vlaanderen verzamelden vrijdag 2 oktober in het Provinciaal Plattelandscentrum Peerenbosch in Pamel voor een Vlaamse LEADER-dag. Centraal stond niet alleen de toekomst van het Europese plattelandsprogramma, maar vooral de vraag hoe de lokale gemeenschap nauwer bij die werking kan worden betrokken en hoe de resultaten van gesubsidieerde projecten beter bekend kunnen worden gemaakt. Pajottenland+ trad op als gastregio.

LEADER is een Europees instrument voor plattelandsontwikkeling, maar onderscheidt zich van heel wat andere subsidieprogramma’s doordat het principe van onderuit centraal staat. Niet Europa bepaalt welke projecten een streek nodig heeft. Lokale besturen, verenigingen, landbouwers, ondernemers, organisaties en andere plaatselijke actoren moeten zelf aangeven welke noden er bestaan en welke initiatieven daarop een antwoord kunnen bieden.

Dat gebeurt via Lokale Actiegroepen, de zogenaamde LAG’s. Daarin werken verschillende plattelandsactoren samen. Zij stellen voor hun gebied een lokale ontwikkelingsstrategie op, begeleiden en selecteren projecten en volgen de uitvoering ervan op. Lokale gemeenschappen worden zo niet alleen begunstigde van Europese steun, maar krijgen ook zelf een stem in de ontwikkeling van hun streek.

Voor het Pajottenland gebeurt dat via Pajottenland+, dat vrijdag ook gastheer was van de Vlaamse studiedag.

Vier stemmen uit de LEADER-werking

Coördinator Robrecht Geeroms van Pajottenland+ verwelkomde de zowat vijftig deelnemers in Pamel. Daarna werd LEADER vanuit verschillende invalshoeken belicht.

Alexander Spriet sprak namens het Vlaams Ruraal Netwerk, dat de verschillende actoren binnen het Vlaamse plattelandsbeleid samenbrengt en kennisuitwisseling stimuleert. Wouter Peeters vertegenwoordigde de Vlaamse Landmaatschappij, die optreedt als beheersdienst van de LEADER-maatregel.

Met Pierre-Bernard Van Acker van de Lokale Actiegroep Hageland+ kwam ook de werking vanuit een ander Vlaams LEADER-gebied aan bod. Steve Oosterlinck van Zonnelied vzw en De Eetkamer bracht dan weer het perspectief van een organisatie die vanuit de praktijk met lokale projecten en samenwerking aan de slag gaat.

Daarmee werd meteen duidelijk dat LEADER verschillende niveaus met elkaar probeert te verbinden: van Europees en Vlaams plattelandsbeleid tot de lokale actiegroepen en uiteindelijk de organisaties en mensen die projecten op het terrein realiseren.

Niet alleen landbouw

Een van de boodschappen die tijdens de voormiddag naar voren kwam, is dat plattelandsbeleid veel ruimer moet worden bekeken dan landbouw alleen.

Dat blijkt ook uit de Europese langetermijnvisie die tijdens de bijeenkomst werd voorgesteld. Daarin worden tien gezamenlijke doelstellingen richting 2040 naar voren geschoven. Het gaat onder meer over aantrekkelijke plattelandsgebieden, sterke lokale gemeenschappen, voedselzekerheid en economische kansen, inclusieve dorpen, natuur en duurzaam beheer, digitale innovatie, ondernemerschap en toegankelijke en betaalbare publieke en private diensten.

Het Europese Rural Pact moet daarbij samenwerking tussen Europese, nationale en regionale overheden, lokale actoren, middenveld, bedrijven, kennisinstellingen en burgers bevorderen. Drie doelstellingen staan centraal: de stem van het platteland sterker op de politieke agenda krijgen, samenwerking en netwerken versterken en concrete acties voor plattelandsgebieden stimuleren en opvolgen.

Resultaten moeten zichtbaarder worden

Een belangrijk deel van de LEADER-dag was gewijd aan kennisuitwisseling. Daarbij kwam onder meer de vraag aan bod hoe de resultaten van LEADER-projecten beter kunnen worden gedeeld.

Want daar ligt een merkwaardige tegenstelling. Via LEADER worden middelen geïnvesteerd in plaatselijke projecten, terwijl heel wat inwoners nauwelijks weten wat LEADER is of welke initiatieven in hun eigen omgeving met die steun werden gerealiseerd.

Het volstaat dan ook niet dat een project wordt goedgekeurd, uitgevoerd en administratief afgerond. De resultaten moeten ook hun weg vinden naar de lokale gemeenschap. Regionale en lokale informatiekanalen kunnen daarbij helpen door de vaak technische subsidietaal te vertalen naar herkenbare verhalen over concrete projecten, initiatiefnemers, investeringen en resultaten.

Hoe bereik je ook de kleine plaatselijke speler?

Een tweede centrale vraag was hoe het LEADER-netwerk kan worden uitgebreid. Het programma wil immers niet uitsluitend een aangelegenheid zijn van overheden en professionele organisaties.

Ook verenigingen, landbouwers, kleine ondernemingen en andere plaatselijke initiatiefnemers moeten met hun ideeën hun weg naar LEADER kunnen vinden. Dat maakt de toegankelijkheid van het programma belangrijk. Een kleine vereniging beschikt nu eenmaal niet noodzakelijk over professionele medewerkers die thuis zijn in Europese subsidies en administratieve procedures.

Ook inclusie kreeg aandacht. Projecten en openbare ruimte moeten zoveel mogelijk toegankelijk zijn voor verschillende gebruikers. Daarbij gaat het niet alleen over fysieke toegankelijkheid, maar ook over de manier waarop een omgeving wordt ingericht zodat mensen er zich gemakkelijk kunnen bewegen, oriënteren en deelnemen.

Europa kijkt al naar 2028-2034

Tegelijk hangt boven de huidige werking een veel grotere verandering. Europa bereidt zijn nieuwe financiële periode 2028-2034 voor. Daarbij wordt bekeken hoe verschillende Europese financieringsstromen meer geïntegreerd kunnen worden en hoe plattelandsontwikkeling daarin een plaats krijgt.

Volgens de huidige voorstellen blijft LEADER ook na 2027 als instrument voor lokale ontwikkeling in beeld. Tegelijk wordt gedacht aan een bredere benadering waarbij plattelandsprojecten gemakkelijker verbindingen kunnen leggen tussen landbouw, economie, sociale inclusie, mobiliteit, klimaat, digitale ontwikkeling, toerisme en andere beleidsdomeinen.

Veel ligt evenwel nog niet definitief vast. Voor de LEADER-gebieden wordt het daarom belangrijk hoe de Europese voorstellen uiteindelijk worden vertaald naar het Vlaamse plattelandsbeleid.

Van Europa terug naar het Pajottenland

Voor inwoners van Pajottegem, Bever en de andere Pajotse gemeenten klinkt Europees plattelandsbeleid gemakkelijk als een ver-van-mijn-bedverhaal. De essentie van LEADER ligt echter precies in het tegenovergestelde: Europese middelen moeten uiteindelijk terechtkomen bij ideeën die vanuit de streek zelf ontstaan.

De uitdaging bestaat er daarom niet alleen in voldoende middelen voor het platteland beschikbaar te houden, maar ook ervoor te zorgen dat inwoners en lokale organisaties weten dat die mogelijkheden bestaan, ermee aan de slag kunnen en achteraf kunnen zien wat ermee werd gerealiseerd.LEADER wil het platteland niet van bovenaf vormgeven, maar lokale gemeenschappen mee aan het stuur zetten.

Dit nieuwsbericht delen: