Handelsmissies naar verre bestemmingen duiken regelmatig op in het nieuws. Ministers, bedrijfsleiders en soms leden van het koningshuis trekken daarbij samen naar het buitenland om Belgische bedrijven nieuwe deuren te helpen openen. Maar wie ligt eigenlijk aan de basis van zo’n missie? Wie beslist welke bedrijven meegaan, wat kost deelname en wordt zo’n buitenlandse zakenreis door de overheid betaald? De recente deelname van het Pajottegemse bedrijf Altwise, met David Van Waeyenberg en Debbie Dupont, aan een technologiemissie naar Taiwan vormde voor www.deklaroen.be de aanleiding om dat van naderbij te bekijken.

Geen prinselijke handelsmissie
Om te beginnen is de ene handelsmissie de andere niet. De reis naar Taiwan was geen zogenaamde Belgische economische missie onder leiding van prinses Astrid. Het ging om een technologiemissie die van 13 tot 16 september werd opgezet door Flanders Investment & Trade, beter bekend als FIT. FIT is het Vlaamse overheidsagentschap dat Vlaamse ondernemingen ondersteunt bij hun activiteiten in het buitenland en tegelijk buitenlandse investeringen naar Vlaanderen probeert aan te trekken.
Voor Taiwan werd heel gericht gemikt op technologiebedrijven. Op het programma stonden onder meer artificiële intelligentie, digitalisering, smart manufacturing, elektronica, geavanceerde materialen en groene technologie.
Wie ligt aan de basis?
De eerste aanzet kwam van FIT, dat de technologiemissie naar Taiwan organiseerde en bedrijven opriep om zich kandidaat te stellen. Voor het Vlaamse gedeelte speelde ook het kantoor van FIT in Taipei een belangrijke rol. Dat lokale netwerk is precies een van de troeven van dergelijke missies. Een Vlaamse onderneming die op eigen houtje naar Taiwan trekt, moet immers zelf op zoek naar mogelijke gesprekspartners. FIT beschikt ter plaatse over mensen en contacten die daarbij kunnen helpen.
De missie was bovendien ruimer dan alleen Vlaanderen. Voor het Belgium-Taiwan Joint Business Council werd aan Belgische zijde samengewerkt met het Waalse exportagentschap AWEX en hub.brussels. Aan Taiwanese zijde waren onder meer de Chinese International Economic Cooperation Association (CIECA) en het Institute for Information Industry (III) betrokken. Het evenement was dus het resultaat van samenwerking tussen verschillende publieke en economische organisaties in België en Taiwan.
Voor Altwise lag de aansluiting bij die technologische focus in het AI-platform dat het bedrijf aanbiedt. Daarmee kunnen ondernemingen een deel van hun marketing en verkoop automatiseren, van het uitwerken van campagnes tot het zoeken en opvolgen van potentiële klanten. Het systeem is meertalig en ondersteunt ook traditioneel Chinees, waardoor het op de Taiwanese markt kan worden ingezet.
Niet zomaar mee op reis: voor wie was de missie bedoeld?
Deelnemen betekende niet dat een ondernemer eenvoudig een ticket naar Taiwan boekte en zich vervolgens bij de Belgische delegatie aansloot. FIT omschreef vooraf duidelijk tot welke doelgroep de technologiemissie zich richtte. Om voor deelname via FIT in aanmerking te komen, moest een bedrijf of organisatie in de eerste plaats een vestiging hebben in het Vlaamse Gewest. Daarnaast moest er een economische of technologische aansluiting zijn met het doel van de missie. De deelnemers moesten actief zijn in sectoren die aansloten bij de technologische focus en de Taiwanese markt willen verkennen, er mogelijke zakenpartners zoeken, hun technologie of oplossingen voorstellen of op zoek gaan naar commerciële of technologische samenwerking.
Een minimale bedrijfsomvang, omzet of bestaansduur werd in de publiek bekendgemaakte deelnamevoorwaarden niet vermeld. Ook stond nergens aangegeven dat een onderneming bijvoorbeeld al enkele jaren actief moest zijn. Ook jonge of kleine ondernemingen konden dus in aanmerking komen wanneer hun activiteiten aansloten bij het opzet van de missie.
Wat kost zoiets?
Ook het beeld dat ondernemers gratis met de overheid naar het buitenland reizen, verdient enige nuancering. Voor de technologiemissie naar Taiwan rekende FIT een deelnameprijs aan van 500 euro voor de eerste deelnemer van een bedrijf en 300 euro voor een bijkomende deelnemer.
Daarmee waren de gewone reis- en verblijfskosten niet automatisch van de baan. FIT verstrekte na inschrijving informatie over mogelijke vluchten en het hotel. De meerwaarde van de deelname zat vooral in de organisatie, begeleiding en het zakelijke programma dat ter plaatse werd aangeboden.
Meer dan recepties en handjes schudden
Op 14 september stond de 26ste Belgium-Taiwan Joint Business Council Conference op het programma. Bedrijven kregen er de gelegenheid zich voor te stellen en contacten te leggen. Daarna volgde gerichte B2B-matchmaking, waarbij vooraf zakelijke ontmoetingen werden georganiseerd tussen Belgische deelnemers en mogelijke Taiwanese partners. Daarnaast waren er een netwerkreceptie, bedrijfsbezoeken en programma’s die konden worden aangepast aan de specifieke behoeften van een onderneming.
Dat is wellicht het belangrijkste verschil met een gewone zakenreis. De ondernemer koopt niet alleen een vliegtuigticket en hotelkamer, maar stapt mee in een netwerk dat door de organiserende instanties vooraf werd opgebouwd. Voor een kleine onderneming kan dat bijzonder interessant zijn. Een gesprek regelen met een belangrijke buitenlandse speler is vanuit Vlaanderen niet altijd eenvoudig. Binnen het kader van een officiële technologiemissie kan die toegang gemakkelijker worden.
Hoeveel Belgische bedrijven waren er nu eigenlijk?
In sommige berichtgeving was sprake van twaalf Belgische bedrijven. Andere bronnen spreken dan weer over tien Vlaamse bedrijven en vier deelnemers uit Wallonië en Brussel.
Een Taiwanese overheidsorganisatie kondigde vooraf veertien Belgische technologiebedrijven en onderzoeksorganisaties aan. In nog een andere Taiwanese aankondiging was sprake van vijftien Belgische ondernemingen en instellingen.
Dat hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat iemand fout telt. Niet iedere deelnemer nam noodzakelijk aan ieder onderdeel van het meerdaagse programma deel en sommige bronnen tellen onderzoeksinstellingen of individuele deelnemers anders mee. Het illustreert wel dat voorzichtigheid geboden is wanneer over “de Belgische delegatie” wordt gesproken.
Bij de Vlaamse delegatie vinden we onder meer DataCamp, Azalea Vision, Boplan Group, DLC System Integrator, Multipowr, QustomDot, Visiblie en IDLab van UGent-imec terug.
Publieke ondersteuning met economisch doel
Daarmee komen we uiteindelijk bij de essentie van een handelsmissie. De Vlaamse overheid neemt niet simpelweg een aantal ondernemers mee op buitenlandse reis. Via FIT wordt publieke dienstverlening ingezet om Vlaamse bedrijven gemakkelijker toegang te geven tot buitenlandse markten. De ondernemer betaalt een deelnamebijdrage en draagt zijn verdere reis- en verblijfskosten, terwijl FIT organisatie, contacten en begeleiding aanbiedt.
Voor de overheid zit de mogelijke return in internationalisering: wanneer Vlaamse ondernemingen buitenlandse klanten vinden, groeien of bijkomende activiteiten ontwikkelen, moet dat uiteindelijk ook de Vlaamse economie ten goede komen.
Of zo’n missie voor een individueel bedrijf werkelijk succesvol is, kan vaak pas veel later worden beoordeeld. Een eerste kennismaking in Taipei kan onmiddellijk een contract opleveren, maar evengoed het begin zijn van onderhandelingen die maanden duren – of uiteindelijk helemaal niets opleveren.
De foto’s van recepties, toespraken en handdrukken vertellen daarom maar een klein gedeelte van het verhaal. Achter een handelsmissie zit vooral een georganiseerd netwerk waarin overheden en economische organisaties proberen bedrijven aan beide kanten van de wereld met elkaar in contact te brengen.
















