Regen en natte wegen zorgden zondagochtend 20 september niet meteen voor de gedroomde start van de eerste The Bikers Tour. Toch vertrokken vanuit Paddenbroek in Gooik een kleine negentig motoren voor een tocht van ongeveer 180 kilometer door het Pajottenland. Ronk had 103 inschrijvingen genoteerd, maar een vijftiental deelnemers liet zich door het slechte ochtendweer afschrikken. Tegen de aankomst aan het Terlindenhof in Herfelingen had de regen plaatsgemaakt voor een aangename laatzomerzon.

De belangstelling voor de première was vooraf al duidelijk. Ronk had het deelnemersveld bewust beperkt tot ongeveer honderd motoren en kwam uiteindelijk uit op 103 inschrijvingen, al dan niet met een passagier. “We willen het aantal deelnemers bewust beheersbaar houden. Met een honderdtal motoren kunnen we de organisatie onder controle houden en vooral de veiligheid maximaal bewaken”, zegt medeorganisator Christophe Dedoncker.
Het deelnemersveld had een uitgesproken regionaal karakter. Heel wat motorrijders kwamen uit Pajottegem, met vooral Gooik sterk vertegenwoordigd. Daarnaast tekenden ook deelnemers uit de Zennevallei en de omgeving van Geraardsbergen present.
Alles wat ronkt
Ronk zag in 2026 het levenslicht. Achter het initiatief staan jeugdvrienden Maxime Benoit en Christophe Dedoncker. Hun gezamenlijke belangstelling voor gemotoriseerde voertuigen wilden zij koppelen aan het Pajottenland en vooral aan een andere manier van rondritten organiseren. “Voor ons gaat het niet om zoveel mogelijk kilometers afleggen. We willen mensen laten rijden, maar hen tegelijk plekken laten ontdekken die ze misschien zelfs als inwoner van de streek niet kennen. Ontmoeting, sfeer en beleving horen daar evenzeer bij”, verduidelijkt Christophe.
Eerder dit jaar zette Ronk die filosofie al om in The Prestige Tour, een rondrit voor onder meer oldtimers, youngtimers en bijzondere GT-wagens. Zondag kwamen met The Bikers Tour voor het eerst de motoren aan de beurt.
De ambitie reikt verder. Ronk wil jaarlijks vier tot zes activiteiten organiseren rond zowat alles wat – zoals de naam het zelf aangeeft – ronkt.
Van Paddenbroek naar het laatste huis van Herfelingen

Dat Paddenbroek in Gooik als vertrekplaats werd gekozen, had vooral praktische redenen. Het Plattelandscentrum is ook buiten Gooik en Pajottegem bekend, beschikt over voldoende parkeerruimte en kon de deelnemers op zondagmorgen ook sanitaire voorzieningen aanbieden.
Voor de eindbestemming viel de keuze op het Terlindenhof, het laatste huis op het grondgebied van Herfelingen en Pajottegem richting Pepingen en Bierk. Ook daar speelden bereikbaarheid en beschikbare ruimte een belangrijke rol. De locatie bood voldoende plaats om zowel de motoren als hun bestuurders comfortabel op te vangen. Daarnaast paste het café ook inhoudelijk binnen het concept. Het Terlindenhof staat bekend als ambassadeur van Pajottenlandse producten. “We willen met Ronk niet alleen mooie wegen laten ontdekken. Waar het kan, proberen we ook lokale zaken bij onze organisatie te betrekken. Op die manier krijgt ook de plaatselijke handel een duwtje in de rug”, aldus de organisator..
180 kilometer kriskras door het Pajottenland
De route van ongeveer 180 kilometer liep kriskras door het Pajottenland en maakte hier en daar een uitstap naar de omliggende regio. Onder meer Gaasbeek, Schepdaal, Zandbergen, Overboelare, Pepingen en Galmaarden lagen op het traject. Via Herfelingen ging het vervolgens naar het Terlindenhof.



Het parcours was bewust zo uitgestippeld dat zelfs deelnemers uit de eigen streek nog minder bekende wegen en plaatsen konden ontdekken. Snelheid speelde daarbij geen rol. The Bikers Tour was geen wedstrijd en evenmin een rit voor snelheidsduivels. Ontspannen motorrijden stond voorop.
Behendigheid en helmen gooien
Onderweg zorgde Ronk ook voor randanimatie. Op het vliegveld van Overboelare konden de deelnemers hun stuurmanskunst tonen op een behendigheidsparcours. Niet snelheid of motorvermogen, maar controle over de machine maakte er het verschil.

In Vlezenbeek wachtte op het terrein van Schrijnwerkerij Van Overstraeten een heel andere discipline: helmwerpen. De eigen motorhelm mocht uiteraard veilig aan de kant blijven. Ronk had daarvoor zelf een voorraad oude en afgedankte exemplaren verzameld. “Ook daar moest vooral plezier gemaakt worden. We wilden onderweg momenten creëren waarop mensen even van hun motor stapten, elkaar ontmoetten en samen konden lachen. Fun stond bovenaan”, zegt Dedoncker.

Zes mensen in de kernploeg
Achter de eerste Bikers Tour ging ongeveer twee maanden voorbereidend werk schuil. De kernploeg bestond uit Christophe Dedoncker, Calvin en Douglas Degroodt, Maxime Benoit, Laurenz Van der Linden en Kenny Ulin. Op de dag zelf kregen zij versterking van een vijftal vrijwilligers. Bij de voorbereiding ging de aandacht in hoofdzaak naar drie zaken: een aantrekkelijk parcours uitstippelen, geschikte tussenstops vinden en de randactiviteiten praktisch organiseren.
Van regen naar terrasweer

De weergoden maakten het Ronk tijdens de eerste uren niet gemakkelijk, maar in de loop van de dag veranderde het weerbeeld volledig. De regen verdween en maakte plaats voor een aangename laatzomerzon.
Dat was ook te merken bij de aankomst aan het Terlindenhof. Met het drankbonnetje dat in de inschrijving was begrepen, konden de deelnemers er alvast het glas heffen op de afgelegde kilometers. Voor velen bleef het niet bij die ene consumptie en werd op het terras nog geruime tijd nagepraat.
Daarmee kreeg de eerste The Bikers Tour uiteindelijk de afsluiter die Ronk voor ogen had: na het rijden tijd maken voor ontmoeting en gezelligheid.
Volgende keer met de wagen van Jan en alleman
Na prestigewagens en motoren denkt Ronk ondertussen al aan een volgende formule. Die zou opnieuw vier wielen krijgen, maar ditmaal hoeft daarvoor geen oldtimer, youngtimer of exclusieve GT uit de garage te worden gehaald. “We denken aan een rondrit voor de gewone personenwagen, zeg maar de wagen van Jan en alleman. Ons uitgangspunt blijft hetzelfde: vier tot zes keer per jaar iets organiseren rond alles wat ronkt”, blikt Christophe Dedoncker vooruit.
Daarmee wil het jonge initiatief telkens een ander publiek aanspreken, maar wel vasthouden aan dezelfde rode draad: rijden combineren met streekbeleving, ontmoeting en het Pajottenland als uitvalsbasis.

















