Eerste trailrun van ACP PAJOTTENLAND meteen schot in de roos: 450 lopers ontdekken Pajotse veldwegen en bossen

Van jonge lopertjes op de atletiekpiste tot ervaren trailrunners die 33 kilometer door het Pajottenland voor de kiezen kregen: bij Atletiekclub Pajottenland was het zondag een drukte van jewelste. De club ruilde haar vertrouwde jogging na tien edities in voor een eerste trailrun en lokte meteen 450 deelnemers naar Gooik. “We zitten hier in zo’n mooie streek, maar met onze jogging toonden we daar eigenlijk te weinig van”, vertelt bestuurslid Geert Devillé.

Wie zondag aan de atletiekpiste van ACP Pajottenland kwam, zag al snel dat de klassieke jogging van de voorbije jaren een ander jasje had gekregen. Om 9 uur vertrokken de deelnemers van de 33 kilometer, een uur later volgde de 22 kilometer. Daarna was het even aan de jongste lopers, met kidsruns van 400 en 800 meter om 10.15 en 10.30 uur. Om 11 uur vertrok de 11 kilometer en een halfuur later sloot de 6 kilometer het startprogramma af.

Voor de volwassenen stonden vier afstanden klaar: 6, 11, 22 en 33 kilometer. De langste tocht telde 440 hoogtemeters en drie bevoorradingen, de 22 kilometer 220 hoogtemeters en twee bevoorradingen. Op de 11 en 6 kilometer lag de bevoorrading aan de finish. De kidsruns waren bestemd voor kinderen tot en met 12 jaar. Voor de twee langste afstanden gold een minimumleeftijd van 16 jaar.

“We hebben tien jaar lang onze jogging georganiseerd en wilden eens iets anders proberen”, vertelt Geert Devillé, bestuurslid en verantwoordelijke voor jogging en recreatiesport bij ACP Pajottenland. “We zitten hier in een mooie streek en wilden die ook echt laten zien. Bij onze jogging liepen de deelnemers één ronde meerdere keren. Nu krijgt elke afstand één parcours.”

Zo weinig mogelijk asfalt

En daarvoor trok de club volop het Pajotse landschap in. Kleine veldwegen, weiden, stukken bos en privédomeinen maakten deel uit van het parcours. Voor de langste afstand ging het zelfs over een beekje. “De bedoeling van een trail is om zo weinig mogelijk op asfalt te lopen”, zegt Devillé. “Voor sommige stukken zijn we bij landbouwers en eigenaars gaan vragen of we over hun terrein mochten passeren.”

(Lees verder onder de foto’s.)

Dat vergde voor de club ook heel wat voorbereiding. Waar de organisatie na tien edities van de jogging kon terugvallen op een vertrouwd draaiboek, moest voor deze eerste trail veel opnieuw worden uitgedacht. Zo’n 40 vrijwilligers hielpen zondag om alles in goede banen te leiden, van de bevoorradingen en de startzone tot de seingevers op de gevaarlijkste punten van het parcours.

Ook onderweg moesten de deelnemers zelf hun ogen openhouden. De routes waren aangeduid met pijlen en linten, terwijl seingevers vooral op de gevaarlijkste punten stonden. “Dat hoort ook een beetje bij trailrunning. De deelnemers moeten zelf de bewegwijzering volgen en uiteraard de verkeersregels respecteren.”

De langere afstanden waren bovendien geen wandeltochten. Voor de 22 en 33 kilometer werkte de organisatie met een tijdslimiet aan de bevoorrading. Wie liever wandelde, kon dat wel op de 6 of 11 kilometer.

Van buiten het Pajottenland

Dat de nieuwe formule zou aanslaan, hadden ze bij ACP Pajottenland gehoopt. Dat er uiteindelijk 450 lopers zouden opdagen, maakte van de eerste editie meteen een stevige start. Ter vergelijking: de vroegere jogging lokte volgens Devillé zo’n 380 deelnemers. Opvallend is dat de trail ook lopers van buiten de eigen club en streek naar Gooik bracht. “Er komen mensen van verder weg die zeggen dat ze het Pajottenland willen leren kennen. Dat is net het mooie eraan”, zegt Devillé.

Trailrunning draait volgens hem bovendien anders dan een klassieke wegwedstrijd. Natuurlijk stonden er zondag deelnemers aan de start die voor een snelle tijd en een podiumplaats gingen, maar voor heel wat lopers lag de nadruk elders. “Er zullen altijd zeven of acht zijn die er echt voor gaan. Maar de meesten willen vooral genieten van de natuur.”

Onderweg waren er voor de langere afstanden bevoorradingsposten met onder meer fruit, peperkoek en chips. De deelnemers moesten wel zelf minstens een halve liter drinken meenemen. Wegwerpbekertjes waren er niet. “Ook dat hoort erbij. Zo proberen we zoveel mogelijk rekening te houden met de natuur.”

“Als iedereen veilig binnen is”

Voor elke afstand wachtte na afloop een podium voor de eerste drie mannen en vrouwen. Ook de jongste deelnemers kregen hun moment op het podium. Maar voor Devillé lag het belangrijkste resultaat zondag niet alleen bij de tijden of het aantal deelnemers. Tijdens het interview waren nog heel wat lopers onderweg en bleef het voor de organisatie dus nog even spannend. “Als straks iedereen binnenkomt en veilig is aangekomen, dan zal ik gerust zijn”, zei hij.

Dit nieuwsbericht delen: