Het Pajottenland mag dan opvallend weinig voorkomen op de wachtlijst van grote Vlaams-Brabantse restauratieprojecten, dat betekent niet dat de regio nauwelijks een beroep doet op Vlaamse erfgoedsteun. Nieuwe cijfers die Vlaams Parlementslid Peter Van Rompuy (cd&v) aan deklaroen.be bezorgde, tonen dat alleen al in 2025 in Pajottegem, Pepingen, Lennik en Bever samen 22 aanvragen werden ingediend via de standaardprocedure voor erfgoedpremies. Daarvan werden er minstens 14 toegekend.

Opvallend weinig Pajottenland
Aanleiding is een persbericht dat Peter Van Rompuy in juli verspreidde over de erfgoedprojecten in Vlaams-Brabant die nog wachten op een restauratie- of erfgoedpremie. Daaruit bleek dat 34 projecten op een wachtlijst stonden zonder duidelijkheid over het tijdstip waarop zij financiële steun zouden krijgen. Voor grotere restauratiedossiers liep de gemiddelde wachttijd in Vlaanderen in 2025 zelfs op tot acht jaar.
Opvallend was dat het Pajottenland op die lijst nauwelijks vertegenwoordigd was. Projecten uit onder meer Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw en Drogenbos kwamen wel aan bod, terwijl gemeenten als Pajottegem, Bever, Pepingen en Lennik amper of niet voorkwamen.
Omdat die vaststelling vragen opriep over de spreiding van de Vlaamse erfgoedsteun, vroeg deklaroen.be het kabinet van Peter Van Rompuy om nadere cijfers en duiding.
Antwoord van het kabinet van Peter Van Rompuy:
Wachtlijst geeft slechts gedeeltelijk beeld
Van Rompuy bevestigt nu dat de vaststelling op zich klopt. Op de betrokken wachtlijst komen relatief weinig dossiers uit het Pajottenland voor. Hij wijst er evenwel op dat het om een zeer specifieke lijst gaat: alleen grotere restauratiedossiers die via de bijzondere procedure verlopen en die op 1 april 2026 nog op financiering wachtten, zijn erin opgenomen.
De lijst geeft daardoor geen volledig beeld van alle erfgoedpremies die in Vlaams-Brabant worden aangevraagd en toegekend. Naast de bijzondere procedure bestaan immers nog andere premiekanalen, waaronder de standaardprocedure voor kleinere of minder complexe erfgoedwerken.
Elf aanvragen in Pajottegem
De cijfers die Van Rompuy verkreeg naar aanleiding van een schriftelijke vraag aan Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts tonen voor 2025 een heel ander beeld.
Via de standaardprocedure werden in Pajottegem 11 dossiers aangevraagd. Pepingen telde er vijf, Lennik drie en Bever eveneens drie. Samen gaat het dus om 22 aanvragen uit deze vier Pajotse gemeenten.
Ook bij de effectief toegekende premies is het Pajottenland vertegenwoordigd. In Pajottegem werden zeven dossiers goedgekeurd, in Pepingen vier, in Bever twee en in Lennik één. Daarnaast werden ook onderzoekspremies toegekend in Pajottegem en Pepingen en archeologische premies voor projecten in Pajottegem.
In Pajottegem ging het bij de toegekende standaardpremies onder meer om de Heetveldesite, Hoeve Het Rozenhof, Hof ter Haegen, de Sint-Pieterskerk en de Driscartmolen. Ook voor Hof te Reepingen werd een dossier toegekend.
In Bever werden premies toegekend voor Hoeve Weverbergh en herstellingen aan de klokken van de Sint-Martinuskerk.
Nog Pajotse dossiers in behandeling
Daarmee is het verhaal bovendien niet afgelopen. Ook vandaag zijn nog dossiers uit de regio in behandeling. Van Rompuy verwijst onder meer naar een dossier voor de Stoeterij Haras de Vollezeele in Pajottegem. Daarnaast loopt nog een aanvraag voor een onderzoekspremie voor Hof te Reepingen en is er ook in Pepingen nog een premiedossier in behandeling.
Geen aanwijzing dat Pajottenland minder steun krijgt
Van Rompuy besluit op basis van de beschikbare gegevens dan ook niet dat het Pajottenland minder erfgoedondersteuning krijgt dan andere delen van Vlaams-Brabant.
Wel blijft de oorspronkelijke vaststelling overeind dat de historische wachtlijst voor de grote restauratiedossiers vooral projecten uit Leuven, Oost-Brabant en delen van de Vlaamse Rand bevat. Of dit komt doordat vanuit het Pajottenland minder grote restauratiedossiers werden ingediend, doordat het erfgoedbestand hier anders is samengesteld of doordat meer gebruik wordt gemaakt van andere premiekanalen, valt uit de beschikbare cijfers niet af te leiden.
Een sluitende vergelijking tussen de verschillende regio’s van Vlaams-Brabant is evenmin mogelijk. De gegevens waarover Van Rompuy beschikt, zijn opgesplitst per gemeente en niet per streek zoals het Pajottenland, Hageland, Oost-Brabant of de Vlaamse Rand.
De nieuwe cijfers nuanceren daarmee het beeld dat in juli ontstond. Het Pajottenland is weliswaar nauwelijks terug te vinden op de jarenlange wachtlijst voor de grote restauratieprojecten, maar blijkt via andere premieprocedures wel degelijk een beroep te doen op Vlaamse middelen voor het behoud en de restauratie van zijn erfgoed.
















