LENNIK – Jo Massaer voltooit vierde Dodentocht en zamelt 1.560 euro in voor Kom op tegen Kanker

Jo Massaer uit Lennik heeft zijn vierde deelname aan de honderd kilometer lange Dodentocht met succes afgerond. Met startnummer 4796 vertrok de 48-jarige Lennikenaar vrijdagavond om 21 uur in Bornem. Zaterdag om 16.38 uur bereikte hij de eindmeet, ongeveer twee uur vroeger dan bij zijn deelname van vorig jaar. Zijn prestatie kreeg een extra betekenis doordat hij zich liet sponsoren ten voordele van Kom op tegen Kanker. De teller stond inmiddels op 1.560 euro.

Net als Stefanie Bruneel uit Vollezele, die deklaroen tijdens dezelfde Dodentocht volgde, omschreef ook Jo Massaer de editie van 2026 als de gemakkelijkste van zijn deelnames. Voor Jo was het inmiddels de vierde keer dat hij de uitdaging aanging.

De vooraf gevreesde hitte bleek tijdens de tocht uiteindelijk beter mee te vallen dan verwacht. Enkele regendruppels zorgden onderweg zelfs voor een welkome verfrissing. Toch bleef honderd kilometer stappen een bijzonder zware fysieke en mentale onderneming.

Stappen voor Kom op tegen Kanker

Jo stapte niet alleen voor de persoonlijke uitdaging. Hij liet zijn deelname sponsoren en zamelde daarmee geld in voor de Lennikse werking ten voordele van Kom op tegen Kanker. Zijn Dodentocht bracht tot dusver 1.560 euro op.

Het initiatief past binnen een ruimer engagement. Jo wil ook in de toekomst vanuit Lennik deelname stimuleren aan de 100 kilometer voor Kom op tegen Kanker in Boom. Zijn sportieve prestatie kreeg daardoor niet alleen een persoonlijk, maar ook een uitgesproken sociaal doel.

De voorbereiding op de Dodentocht verliep ditmaal minder uitgebreid dan hij vooraf misschien had gewenst. Jo nam wel deel aan enkele georganiseerde wandelingen in de streek, waaronder de Taalgrenswandeling in Bellingen en de wandeling tijdens de Lennikse Feesten. Als zijn agenda het toelaat, trekt hij bovendien één of twee keer per week zijn loopschoenen aan.

Moeder en vriendin als trouwe volgploeg

Voor het vervoer en de ondersteuning kon Jo rekenen op zijn moeder en een vriendin van haar. Zij namen de taxidienst voor hun rekening en maakten er een erezaak van om hem onderweg zo vaak mogelijk aan te moedigen.

Ook voor hen werd de Dodentocht zo een bijzondere belevenis. Ze combineerden hun taak als volgploeg met een verblijf in een bed-and-breakfast en maakten er een weekendje van. Hun aanwezigheid langs het parcours bezorgde Jo op moeilijke momenten extra morele steun.

Jo begon de tocht in het gezelschap van enkele vrienden met onder meer Ronald Van Ham , maar stapte het grootste gedeelte van de honderd kilometer op zijn eigen tempo. Dat gaf hem de vrijheid om naar zijn lichaam te luisteren en zijn krachten zo goed mogelijk over het lange parcours te verdelen.

Geen oortjes, wel gesprekken onderweg

Tijdens de tocht merkte Jo op dat heel wat deelnemers met oortjes naar muziek of een andere geluidsbron luisterden. Zelf koos hij daar bewust niet voor. Volgens hem gaat daardoor een deel van de bijzondere beleving verloren. De stilte tijdens de nachtelijke uren kan net rust brengen. Bovendien biedt een Dodentocht voortdurend kansen om met andere deelnemers aan de praat te raken.

“Een babbel met Jan of Piet is altijd mooi meegenomen”, vertelde hij. “Je verruimt je horizon en maakt kennis met mensen die je anders wellicht nooit zou ontmoeten. Zo’n toevallig gesprek helpt ook om de tijd te doden, vooral tijdens lange stukken buiten de bebouwde kom.”

Helemaal afkerig van moderne technologie is Jo evenwel niet. Integendeel: zijn smartphone beschouwt hij als een bijzonder nuttig hulpmiddel. Het toestel geeft toegang tot informatie en zorgt ervoor dat deelnemers en hun volgploeg voortdurend met elkaar in contact kunnen blijven. “Ik kan mij nog moeilijk voorstellen hoe zo’n tocht verliep in een tijd waarin de smartphone niet bestond”, gaf hij aan.

Genieten van het Land van Stille Waters

Na drie eerdere deelnames wist Jo intussen vrij goed wat hem te wachten stond. Daardoor probeerde hij onderweg niet alleen met de afstand bezig te zijn, maar ook oog te hebben voor de omgeving.

Een mooi landschap, een opvallende tuin, een statige bomenrij of het geluid van kabbelend water vormden welkome afleidingen. Vooral de passage door het waterrijke Scheldelandschap rond Weert en Bornem wist hem te bekoren. Het gebied met zijn oude Scheldearmen deed hem terugdenken aan de televisiereeks Stille Waters. Die populaire fictiereeks speelde zich af in het Scheldedorp Terhaven en werd gedeeltelijk opgenomen in het Klein-Brabantse Scheldeland. Het landschap bood Jo even een rustgevend decor bij de zware inspanning.

Ook vrienden zorgden onderweg voor afleiding. In de omgeving van Lebbeke stapten enkele van hen vrijwillig een eind met hem mee. “Een goede vriendenkring kan op zulke momenten wonderen doen”, zei Jo. “Gedeelde smart is halve smart.”

Moeilijk moment na ruim tachtig kilometer

Het dieptepunt kwam toen Jo al ruim tachtig kilometer in de benen had en zich in de omgeving van Puurs en Oppuurs bevond. Op dat ogenblik begon de vermoeidheid nadrukkelijk door te wegen.

Na zoveel uren stappen wordt niet alleen de mentale weerbaarheid op de proef gesteld. Ook lichamelijk beginnen de inspanningen steeds meer hun tol te eisen. De benen worden zwaar, kleine ongemakken worden groter en iedere resterende kilometer lijkt langer te duren.

Jo had zijn voeten uit voorzorg laten intapen. Dat bezorgde hem enige bescherming, maar bleek geen volledige verzekering tegen blaren. “Het tapen zorgt voor een soort kusseneffect en helpt voorkomen dat blaren openspringen”, legde hij uit. “Maar helemaal gespaard bleef ik er toch niet van.”

Over de bevoorrading langs het parcours was hij bijzonder tevreden. De rustposten zorgden volgens hem voor voldoende afwisseling. Zelf droeg hij bovendien snacks en water mee, waardoor honger en dorst hem tijdens de tocht nauwelijks parten speelden.

Dodentocht klinkt erger dan hij is

De enigszins lugubere benaming Dodentocht vindt Jo zelf wat overdreven. De naam heeft niets te maken met een herdenking van overledenen, maar verwijst naar de loodzware fysieke en mentale inspanning om honderd kilometer binnen maximaal 24 uur af te leggen. Wie de eindmeet bereikt, is doorgaans bijzonder vermoeid, maar tegelijk overheersen trots en voldoening. Dat gevoel mocht Jo zaterdag om 16.38 uur voor de vierde keer ervaren.

Eerst een vijfde deelname, daarna vrijwilliger

De vierde geslaagde Dodentocht smaakte alvast naar meer. Als alles volgens plan verloopt, wil Jo in 2027 opnieuw aan de start staan en zo zijn vijfde deelname volbrengen. Daarna ziet hij voor zichzelf mogelijk een andere rol weggelegd. Hij overweegt om zich aan te sluiten bij het grote vrijwilligerskorps dat ieder jaar instaat voor de organisatie, bevoorrading, veiligheid en ondersteuning van de duizenden wandelaars.

“Dat zou mijn manier zijn om erkentelijkheid te tonen aan al die mensen die mij tijdens mijn vijf deelnames hebben geholpen”, besloot Jo.

Voorlopig mag hij eerst terugblikken op een vierde geslaagde Dodentocht, een tijdwinst van ongeveer twee uur en vooral een opbrengst van inmiddels 1.560 euro voor Kom op tegen Kanker.

Dit nieuwsbericht delen: