Bij het lokaal bestuur komen de jongste tijd meldingen binnen van inwoners die ratten opmerken en zich afvragen welke maatregelen daartegen worden genomen. Vooral het feit dat de dieren soms op klaarlichte dag worden gezien, baart mensen zorgen. De aanhoudende droogte kan mee verklaren waarom ratten hun vertrouwde schuilplaatsen verlaten, maar is niet noodzakelijk de enige oorzaak. Ook de beschikbaarheid van voedsel, water en beschutting speelt een belangrijke rol.

Burgemeester Kris Poelaert bevestigt dat het lokaal bestuur meldingen van inwoners ontvangt. Daarmee staat vast dat ratten momenteel op verschillende plaatsen worden waargenomen. Dat betekent evenwel niet automatisch dat in Pajottegem van een algemene rattenplaag kan worden gesproken. Daarvoor zijn meer gegevens nodig over het aantal dieren, de frequentie van de waarnemingen en de plaatsen waar ze voorkomen.
In onze streek gaat het doorgaans om de bruine rat, ook wel rioolrat genoemd. Die voelt zich thuis in riolen, grachten en langs waterlopen, maar ook in de omgeving van boerderijen, stallen, kippenhokken, composthopen en opslagplaatsen. Hun aanwezigheid wijst vaak op een omgeving waarin voedsel, water en beschutting gemakkelijk beschikbaar zijn.
Droogte kan ratten zichtbaarder maken
Ratten zijn vooral ’s nachts actief. Dat ze nu ook overdag worden gezien, kan verschillende oorzaken hebben. Door het aanhoudende warme en droge weer vallen grachten gedeeltelijk droog en staat ook in riolen en kleine waterlopen minder water. De dieren moeten daardoor soms verder op zoek naar water en voedsel en kunnen zo dichter bij woningen en tuinen terechtkomen.
Vlaanderen kampt momenteel met bijzonder lage waterstanden. Begin augustus was op meer dan 80 procent van de meetpunten sprake van een lage tot zeer lage grondwaterstand voor de tijd van het jaar. De droogte kan het gedrag van ratten dus beïnvloeden en hen zichtbaarder maken. Toch mag ze niet als enige verklaring worden aangewezen. Ratten komen ook overdag tevoorschijn wanneer hun schuilplaats wordt verstoord, wanneer voedsel schaars wordt of wanneer veel dieren op een beperkte plaats samenleven. In dat laatste geval kunnen zwakkere dieren noodgedwongen overdag op zoek gaan naar voedsel.
Het zien van één rat overdag betekent dan ook niet noodzakelijk dat er meteen sprake is van een plaag. Herhaalde waarnemingen van verschillende dieren op dezelfde plaats verdienen uiteraard wel aandacht.
Openbaar en privédomein
Bij de bestrijding geldt een onderscheid tussen openbaar en privédomein. Op gemeentelijke terreinen, wegen, grachten en andere openbare infrastructuur ligt de verantwoordelijkheid bij de betrokken overheid of beheerder. Langs bepaalde waterlopen en gewestwegen staat de Vlaamse Milieumaatschappij in voor de bestrijding van bruine ratten.
Wie ratten vaststelt op het openbaar domein, kan dat melden bij het lokaal bestuur. Voor ratten langs waterlopen kan ook contact worden opgenomen met het provinciale Meldpunt Ratten Vlaams-Brabant: telefoon: 016 26 77 90; e-mail: meldpuntratten@vlaamsbrabant.be.
Op privéterrein is de eigenaar of gebruiker zelf verantwoordelijk voor het nemen van preventieve maatregelen en, indien nodig, voor de bestrijding.
Het lokaal bestuur van Pajottegem verstrekt zelf geen rattenvergif meer. Inwoners worden doorverwezen naar het officiële verkoopcircuit. Producten die door particulieren mogen worden gebruikt, zijn onder meer verkrijgbaar in tuincentra, doe-het-zelfzaken, gespecialiseerde winkels en bij erkende Belgische webwinkels. Op de verpakking moet een Belgisch toelatingsnummer staan en moet duidelijk vermeld worden dat het product door het brede publiek mag worden gebruikt.
Voedsel wegnemen blijft belangrijkste maatregel
Ratten volledig uitroeien is vrijwel onmogelijk. Het komt er daarom vooral op aan hun aantal te beperken en te voorkomen dat ze overlast, schade of gezondheidsrisico’s veroorzaken. Bestrijding met vergif alleen biedt zelden een blijvende oplossing. Zolang voedsel, water en geschikte schuilplaatsen aanwezig blijven, zullen andere dieren de vrijgekomen plaats innemen.
Preventie vormt daarom de eerste en belangrijkste stap:
→laat geen dieren- of kippenvoer buiten staan;
→geef kippen alleen zoveel voer als ze meteen kunnen opeten;
→bewaar granen en dierenvoer in stevig afgesloten bakken;
→gooi geen gekookte etensresten, vlees, vis of brood op de composthoop;
→sluit vuilnisbakken zorgvuldig af;
→ruim rommel, oude materialen en ongebruikte houtstapels op;
→dicht openingen in stallen, garages, tuinhuizen en woningen;
→vermijd gemakkelijk bereikbaar stilstaand water;
→voeder vogels niet overvloedig en ruim gemorst zaad op.
Wie toch rattenvergif gebruikt, moet het etiket nauwgezet volgen. Het lokaas mag nooit los worden uitgestrooid, maar moet in een afgesloten en beveiligde lokaasdoos worden geplaatst. Zo blijft het buiten het bereik van kinderen, huisdieren, kippen en wilde dieren. Dode ratten moeten met handschoenen worden verwijderd. Ze kunnen ziektekiemen dragen en vormen, wanneer ze worden opgegeten, mogelijk ook een vergiftigingsrisico voor roofdieren.
Ook mechanische rattenvallen kunnen doeltreffend zijn, zeker wanneer het om een beperkt aantal dieren gaat. Plaats ze bij voorkeur langs muren, afsluitingen of andere vaste looproutes van de ratten en scherm ze af, zodat kinderen en andere dieren er niet bij kunnen. Controleer de vallen dagelijks en raak gevangen of dode dieren alleen met handschoenen aan. Lijmplaten zijn af te raden omdat ze langdurig en ernstig dierenleed veroorzaken.
Wanneer meerdere ratten worden gezien, wanneer de dieren een woning of stal binnendringen of wanneer de bestrijding na enkele weken geen resultaat oplevert, is het raadzaam een professionele rattenbestrijder in te schakelen. Vraag vooraf naar de gevolgde opleiding, de gebruikte bestrijdingsmethode, de kostprijs en de eventuele opvolging. In de regio zijn zowel lokale bestrijders als grotere gespecialiseerde bedrijven actief.
Een gezamenlijke aanpak is eveneens belangrijk. Wanneer slechts één bewoner maatregelen neemt, terwijl ratten bij de buren voedsel en beschutting blijven vinden, verschuift het probleem meestal alleen maar.
Kleine populatie kan snel aangroeien
Hoewel een bruine rat in het wild doorgaans niet ouder wordt dan ongeveer één jaar, kan een vrouwtje in die korte levensduur verschillende nesten voortbrengen. Onder gunstige omstandigheden kan zij jaarlijks ongeveer 30 tot 60 jongen krijgen. De jonge ratten kunnen na ongeveer drie maanden zelf aan de voortplanting deelnemen.
Daardoor kan een klein aantal ratten in korte tijd uitgroeien tot een omvangrijke populatie. Snel ingrijpen bij de eerste tekenen van overlast en vooral het wegnemen van voedsel en schuilplaatsen blijven daarom van groot belang.
















