Achter elke vracht schuilt maanden werk op het veld
Wie dezer dagen door het Pajottenland rijdt, merkt het meteen. De goudgele tarwevelden verdwijnen in sneltempo onder de maaidorsers. Tractors met zwaarbeladen graanwagens doorkruisen de landelijke wegen richting Herfelingen, waar Molens Vandenschrieck momenteel de drukste dagen van het jaar beleeft. Voor de landbouwers is de oogst het sluitstuk van maanden werk op het veld. Voor de medewerkers van de maalderij begint dan pas een even intensieve periode waarin snelheid, vakmanschap en precisie hand in hand gaan. Op de binnenkoer van Molens Vandenschrieck heerst een constante bedrijvigheid. Graanwagens rijden af en aan. Chauffeurs melden zich aan, vracht na vracht wordt gelost en vrijwel onmiddellijk dienen zich alweer nieuwe leveringen aan. Alles verloopt volgens een strak schema.

“Wanneer het weer goed zit, wil elke landbouwer oogsten”, vertelt bedrijfsleider Carl Vandenschrieck. “Dan moet ook bij ons alles op volle capaciteit draaien. Tijdens deze dagen werken we met negen medewerkers en enkele jobstudenten. Iedereen steekt een tandje bij en dagen van zestien uur zijn eerder regel dan uitzondering.”



Van Karonjemolen tot moderne maalderij
Hoewel de installaties vandaag volledig modern ogen, gaat achter het bedrijf een geschiedenis schuil die meer dan anderhalve eeuw teruggaat. De wortels liggen bij de Karonjemolen van Herfelingen, een windmolen die al in 1775 op historische kaarten voorkomt. In 1867 kwam de molen in handen van de familie Vandenschrieck.
Toen de windmolen in 1922 werd afgebroken, betekende dat niet het einde van het bedrijf, integendeel. De familie schakelde over op mechanische aandrijving en bleef investeren in nieuwe technieken. Vandaag staat Carl Vandenschrieck als vijfde generatie aan het hoofd van een onderneming die uitgroeide tot een van de belangrijkste graanverwerkers van het Pajottenland.
Die groei bleef ook de voorbije jaren niet stilstaan. Om de steeds grotere oogstpieken op te vangen, werd de opslagcapaciteit aanzienlijk uitgebreid.
“Vroeger spreidde de oogst zich over enkele weken”, zegt Carl “Vandaag wordt door de moderne maaidorsers en het geschikte weer vaak bijna alles binnen tien dagen geoogst. Dan moet je voldoende silo’s hebben om al dat graan onmiddellijk te kunnen ontvangen.”
De molenaar van vandaag
Het romantische beeld van de molenaar die met windkracht graan maalt, behoort al lang tot het verleden. De hedendaagse molenaar is evenzeer kwaliteitscontroleur, logistiek manager en voedingsspecialist.
Elke vracht die het terrein oprijdt, wordt eerst bemonsterd. “We controleren onder meer het vochtgehalte, de zuiverheid en de bakkwaliteit. Niet elke partij tarwe is dezelfde. Pas wanneer alle analyses zijn uitgevoerd, beslissen we waar het graan wordt opgeslagen.” Na de staalname volgt de reiniging. Stof, kaf, steentjes en andere onzuiverheden worden verwijderd voordat het graan verder wordt verwerkt.. Daar begint ook een proces waar de meeste consumenten nauwelijks bij stilstaan: het blenden.
“Dat betekent dat we verschillende partijen tarwe zorgvuldig mengen. Elke oogst heeft immers kleine verschillen. Door de juiste partijen samen te brengen, kunnen we het hele jaar door bloem met dezelfde kwaliteit leveren.” Pas daarna wordt de tarwe geconditioneerd en via een reeks walsen stap voor stap vermalen tot bloem.
Leemgrond als natuurlijke troef
Dat veel kwalitatieve tarwe uit het Pajottenland afkomstig is, is volgens Carl Vandenschrieck geen toeval. “Onze streek beschikt over vruchtbare leemgronden. Die houden water en voedingsstoffen veel beter vast dan zandgrond. Daardoor blijft het gewas ook tijdens drogere periodes langer groeien en bekom je meestal een stabiele opbrengst én een goede kwaliteit.”
De opbrengsten illustreren hoe sterk de landbouw de voorbije decennia is geëvolueerd. Waar een hectare tarwe vroeger ongeveer zes ton opleverde, werd vorig jaar op sommige percelen zelfs elf ton geoogst. Dit jaar verwacht men gemiddeld acht tot negen ton per hectare.
Minder molens, grotere bedrijven
De evolutie is niet alleen zichtbaar op de akkers. Ook het molenaarsbestand veranderde ingrijpend. Waar vroeger bijna elk Pajots dorp zijn eigen molen had, blijven vandaag nog slechts twee belangrijke spelers over: Molens Vandenschrieck in Herfelingen en Molens Dedobbeleer in Halle. Namen als Limbourg in Oetingen en Jespers in Bierk behoren intussen tot de geschiedenis.
Hetzelfde ziet Carl Vandenschrieck gebeuren in de landbouw. “Het klassieke familiale landbouwbedrijf verdwijnt stilaan. De investeringen in machines, gebouwen en technologie zijn enorm geworden. Daardoor ontstaan grotere, professioneel uitgebouwde landbouwbedrijven.”
Goede kwaliteit, moeilijke prijzen
De kwaliteit van de huidige oogst stemt tevreden, maar economisch blijft het verhaal genuanceerd.

Tarwe noteert vandaag ongeveer 170 tot 180 euro per ton. Volgens Carl Vandenschrieck vinden veel landbouwers dat eerder een lage prijs. “Die prijs wordt niet hier bepaald, maar op de internationale markt. Wereldwijd zijn de voorraden groot en dat zet de prijzen onder druk. Tegelijk zijn de kosten voor meststoffen, brandstof, machines en arbeid veel hoger dan enkele jaren geleden.”
Een goede oogst betekent dus niet automatisch een goed inkomen.

Zestienduizend ton per jaar
Jaarlijks verwerkt Molens Vandenschrieck ongeveer 16.000 ton graan. Ongeveer 4.000 ton daarvan wordt tijdens de oogst rechtstreeks aangevoerd. Drie vierde van het totale volume wordt later aangekocht bij graanhandelaars, terwijl een beperkte hoeveelheid uit Duitsland afkomstig is. Dat alles vraagt een nauwgezette planning. Niet alleen tijdens de oogst, maar het hele jaar door.
“Veel mensen denken dat het werk stopt zodra het laatste graan binnen is”, glimlacht Vandenschrieck. “In werkelijkheid begint dan een nieuw hoofdstuk. Het graan moet worden opgevolgd, gemengd, verwerkt en geleverd. Dat is een proces dat twaalf maanden per jaar doorgaat.”
Deze partij tarwe scoort op alle belangrijke kwaliteitsparameters goed. Ze is mooi droog, bevat voldoende eiwitten en gluten en heeft een goede bakkwaliteit. Met andere woorden: dit is tarwe waarvan een molenaar graag bloem maalt en waarmee een bakker kwaliteitsbrood kan bakken

Een onzichtbare schakel
Voor de consument blijft die wereld grotendeels verborgen. Wie een brood koopt bij de bakker, denkt zelden aan de weg die de graankorrel heeft afgelegd. Toch vormt een bedrijf als Molens Vandenschrieck een onmisbare schakel tussen de akker en de bakker. Achter elke vracht die vandaag de binnenkoer oprijdt, schuilen maanden werk op het veld, moderne technologie, doorgedreven kwaliteitscontrole en vijf generaties vakmanschap.
Terwijl de laatste graanwagens van de dag nog worden gelost, draait de installatie onverstoorbaar verder. Morgen begint alles opnieuw. Want zolang de maaidorsers op de Pajotse akkers rijden, blijft ook in Herfelingen de tarweoogst op kruissnelheid.

















