Vannacht naar Beverhof om er de sfeer op te snuiven tijdens de voetbalwedstrijd tussen de Rode Duivels en de Verenigde Staten. Bij ons begon de match om 2 uur ’s nachts, in Seattle was het toen 17 uur. Alles wees erop dat het een bewogen voetbalavond — en wellicht ook een bewogen nacht — zou worden. En niet alleen voor de bijna 70.000 toeschouwers in het stadion van Seattle.

De aanloop naar de wedstrijd werd immers beheerst door de polemiek rond de Amerikaanse aanvaller Folarin Balogun. Die had in de wedstrijd tegen Bosnië en Herzegovina rood gekregen van de Braziliaanse scheidsrechter Raphael Claus en zou daardoor normaal de wedstrijd tegen de Rode Duivels moeten missen.
Maar daar werd buiten de FIFA gerekend. De schorsing werd teruggedraaid en Balogun mocht alsnog aantreden. De beslissing deed wereldwijd heel wat stof opwaaien, temeer omdat ook de naam van de Amerikaanse president Donald Trump in het verhaal opdook. Het sportieve duel kreeg daardoor al vóór de aftrap een extra geladen dimensie.



In Beverhof begon het voetbalprogramma trouwens al veel vroeger op de avond. Ook de wedstrijd tussen Portugal en Spanje was er op groot scherm te volgen. Daarna verschoof alle aandacht naar de confrontatie waarvoor iedereen gekomen was: België tegen de Verenigde Staten.
Dat Beverhof dergelijke voetbalavonden kan organiseren, heeft veel te maken met de beschikbare infrastructuur. De locatie beschikt niet alleen over voldoende ruimte om een groot aantal supporters te ontvangen, maar ook over de nodige parkeergelegenheid voor de vele wagens van de bezoekers.
Dat die capaciteit nodig is, bleek al tijdens de vorige wedstrijden. Telkens zakten meer dan 300 voetballiefhebbers af naar Beverhof om samen de prestaties van de Rode Duivels te volgen. De combinatie van voetbal op groot scherm, een enthousiaste supportersschare en de bijzondere sfeer van een collectieve voetbalavond blijkt duidelijk aan te slaan.

En nachtelijke uren? Die blijken in Bever nauwelijks invloed te hebben op het animo. Ook vannacht waren opnieuw meer dan 300 supporters aanwezig. Terwijl elders de meeste mensen zich nog eens omdraaiden in hun bed, stroomde Beverhof vol met Belgische vlaggen, tricolore attributen en vooral veel goede moed.
Om dat alles in goede banen te leiden deed de vrouw des huizes Monia een beroep op een aantal helpende handen. Kristof, Tamara, Maurine, Ronny, Justine, Laure, Amber en Brent staken mee de handen uit de mouwen. Voor hen werd het een bijzonder lange nacht die bij sommigen tegen de ochtend duidelijk de nodige sporen had nagelaten.
Ook de lokale handel droeg zijn steentje bij. Zo werd het grote scherm gratis ter beschikking gesteld door Danny Vander Eeckt, uitbater van onder meer Carwash Dodane in Edingen.
En dan moest de wedstrijd nog beginnen.
Maar wie zich had afgevraagd of de Rode Duivels de verwachtingen zouden kunnen inlossen, kreeg al snel een antwoord. Vanaf de eerste minuten voelde je het vertrouwen groeien. Eerst nog voorzichtig, alsof niemand het noodlot wilde tarten. Maar naarmate de wedstrijd vorderde, groeide het geloof. De spanning maakte plaats voor enthousiasme, het enthousiasme voor fierheid en de fierheid uiteindelijk voor pure feestvreugde.

Elk Belgisch doelpunt deed Beverhof daveren.




Er werd geroepen, gesprongen, gezongen en omhelsd. Mensen die elkaar enkele uren eerder misschien nauwelijks kenden, vierden samen alsof ze al jaren op dezelfde tribune zaten. Het kleine Bever werd voor één nacht een verre buitenwijk van Seattle.
Alleen was het feest hier Belgisch.
Aan de andere kant van de oceaan had het grote Amerika zich wellicht een andere voetbalavond voorgesteld. Het gastland, het thuispubliek, het indrukwekkende stadion, de hele heisa rond Balogun en daar bovenop een president die niet bepaald bekendstaat om zijn bescheidenheid: het decor was klaar voor een Amerikaans succesverhaal.
Maar voetbal laat zich gelukkig nog altijd niet regeren per decreet.
De Rode Duivels hadden geen presidentiële tussenkomst nodig. Geen grote woorden, geen politieke spierballen en geen telefoontjes naar hoge voetbalinstanties. Ze lieten hun voeten spreken.
En die spraken vannacht behoorlijk luid.
In Beverhof werd ondertussen met steeds bredere glimlach naar het grote scherm gekeken. Misschien zijn de Verenigde Staten wel een wereldmacht, maar gedurende negentig minuten was een klein landje aan de andere kant van de oceaan toch even de baas.
Zelfs in het kleine Bever.
Toen het laatste fluitsignaal weerklonk, en de 4-1 werkelijkheid werd was van nachtelijke vermoeidheid plots weinig te merken. De armen gingen de lucht in, de Belgische vlaggen zwaaiden en de ontlading was groot. De supporters hadden de slaap ingeruild voor een voetbalnacht en kregen daar een herinnering voor terug die nog lang zal nazinderen.



Voor de vrijwilligers was de nacht daarmee nog niet helemaal voorbij. Glazen dienden te worden verzameld, tafels opgeruimd en de laatste feestvierders moesten nog de weg naar huis vinden. Maar niemand die daar op dat moment echt wakker van lag.
Bever heeft gefeest.
En terwijl aan de andere kant van de oceaan ongetwijfeld verklaringen, analyses en misschien zelfs excuses werden voorbereid, kon men het in Bever veel eenvoudiger samenvatten: de groten hadden grote woorden, de Belgen hadden de doelpunten.
En Beverhof? Dat beleefde opnieuw een voetbalnacht om niet snel te vergeten. En nu op naar de kwartfinale. De Rode Duivels spelen die tegen Spanje: vrijdag 10 juli om 21.00 uur Belgische tijd, in het Los Angeles Stadium in Inglewood.
Dus voor Beverhof is het ditmaal een veel menselijker uur dan 2 uur ’s nachts!




















