Ontwerpverordening bepaalt voor het eerst welke financiële lasten gekoppeld worden aan een omgevingsvergunning
Wie in Pajottegem in de toekomst een verkaveling wil aanleggen, een appartementsgebouw wil optrekken of een project ontwikkelt waarbij meerdere woningen worden gecreëerd, zal daarvoor mogelijk een aanzienlijke financiële bijdrage aan de gemeente moeten betalen. Dat blijkt uit de ontwerpverordening ‘Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen’, waarover momenteel een openbaar onderzoek loopt.

Met de nieuwe regeling wil het gemeentebestuur een einde maken aan de situatie waarbij stedenbouwkundige lasten van dossier tot dossier werden beoordeeld. Voortaan moet er een duidelijk en uniform systeem komen waarbij ontwikkelaars vooraf weten welke financiële voorwaarden aan een omgevingsvergunning kunnen worden gekoppeld.
Volgens het gemeentebestuur brengen grotere bouwprojecten immers bijkomende kosten met zich mee. Nieuwe woningen zorgen voor extra gebruik van wegen, riolering, openbaar groen, speelruimte en andere gemeentelijke voorzieningen. De bedoeling van de nieuwe verordening is dat de initiatiefnemer van zo’n project een deel van die maatschappelijke kosten mee draagt.
Niet elke bouwaanvraag wordt getroffen
De regeling is niet bedoeld voor de doorsnee inwoner die een woning verbouwt of een klassieke eengezinswoning bouwt. In de meeste gevallen zullen dergelijke projecten buiten het toepassingsgebied vallen.
De financiële lasten richten zich vooral op projecten die een grotere ruimtelijke impact hebben. Het gaat onder meer om verkavelingen, appartementsgebouwen, het opsplitsen van woningen in meerdere woongelegenheden en verbouwingen waarbij bijkomende woningen worden gecreëerd. Ook grotere projecten voor handel, kantoren, horeca en bedrijven kunnen onder de nieuwe regeling vallen zodra bepaalde oppervlakten worden overschreden.
Vaste bedragen per bijkomende woning
De ontwerpverordening legt voor het eerst concrete bedragen vast. Hoe groter het project, hoe hoger de financiële bijdrage per bijkomende woning of bouwkavel.
Voor projecten met minder dan vijf woongelegenheden bedraagt de bijdrage 2.500 euro per bijkomende woning of kavel. Projecten met vijf tot en met tien woongelegenheden betalen 5.000 euro per bijkomende woning, terwijl voor projecten met meer dan tien woongelegenheden de bijdrage oploopt tot 7.500 euro per bijkomende woning.
Dat betekent concreet dat een appartementsgebouw met vier woongelegenheden een financiële last van 10.000 euro zou betalen. Bij zes appartementen loopt dat bedrag op tot 30.000 euro, terwijl een project met twaalf appartementen 90.000 euro verschuldigd zou zijn.
Opvallend is dat de bijdrage niet geleidelijk stijgt, maar in duidelijke schijven wordt ingedeeld. Daardoor kan één extra woning ervoor zorgen dat een project in een hogere categorie terechtkomt.
Ook parkeerplaatsen krijgen een prijs
De ontwerptekst bevat nog een opvallende bepaling. Wanneer een bouwproject onvoldoende parkeerplaatsen voorziet volgens de gemeentelijke richtlijnen, kan een bijkomende financiële last worden opgelegd van 12.000 euro per ontbrekende parkeerplaats.
Daarbij gaat de gemeente uit van een richtlijn van twee parkeerplaatsen per eengezinswoning, anderhalve parkeerplaats per appartement en één parkeerplaats per sociale woning. Ook deze regeling kan een belangrijke invloed hebben op de uiteindelijke kostprijs van grotere bouwprojecten.
Geld voor het ruimtelijk beleid
Volgens de ontwerpverordening zullen de inkomsten uit deze financiële lasten worden aangewend voor het ruimtelijk beleid van de gemeente. Dat begrip wordt ruim ingevuld en omvat onder meer investeringen in openbaar groen, mobiliteit, speelpleinen, waterbeheer, klimaatmaatregelen, de inrichting van het openbaar domein en ondersteunende voorzieningen zoals scholen, kinderopvang of sportinfrastructuur.
Opvallend is wel dat de verordening niet bepaalt dat de opbrengsten noodzakelijk opnieuw moeten worden geïnvesteerd in de buurt waar het betrokken bouwproject zich bevindt.
Minimumbedragen, geen maximum
Hoewel de verordening vaste tarieven invoert, spreekt de tekst uitdrukkelijk over minimale stedenbouwkundige lasten. De gemeente behoudt dus de mogelijkheid om in bepaalde dossiers bijkomende lasten op te leggen wanneer zij oordeelt dat een project een grotere impact heeft op de omgeving. Dat kan zowel in de vorm van bijkomende financiële bijdragen als door het opleggen van werken of infrastructuur die de ontwikkelaar zelf moet uitvoeren.
Daarmee creëert de verordening meer duidelijkheid dan vandaag, maar blijft tegelijk ruimte bestaan voor een beoordeling per dossier.
Nog niet definitief
De voorgestelde regeling is voorlopig nog een ontwerp. Tot en met 15 juli 2026 loopt een openbaar onderzoek waarbij inwoners, eigenaars, bouwheren en projectontwikkelaars opmerkingen of bezwaren kunnen indienen.
Pas na de behandeling van die bezwaren beslist de gemeenteraad of de verordening definitief wordt goedgekeurd en welke financiële lasten in de toekomst effectief aan omgevingsvergunningen zullen worden gekoppeld.
Voor wie grotere bouwplannen koestert in Pajottegem, kan deze nieuwe regeling echter een belangrijke financiële impact hebben. Afhankelijk van de omvang van een project kunnen de bijkomende kosten immers oplopen van enkele duizenden tot tienduizenden euro’s, nog vóór de eerste steen is gelegd.
Meer te lezen op deze site: https://www.pajottegem.be/gemeentelijke-stedenbouwkundige-verordening-inzake-lasten-bij-omgevingsvergunningen-0
















