GALMAARDEN — Met koude voeten en warme stemmen – Gosjdieël roepen leeft weer

Terwijl de winterkou zich deze ochtend scherp liet voelen in de westhoek van het Pajottenland, klonk in verschillende straten toch opnieuw een vertrouwde kreet: “Gosjdieël!”. Het signaal dat een oudejaarsgewoonte, diep verankerd in de streek, opnieuw springlevend is. Op 31 december trokken kinderen er weer van deur tot deur, zingend en roepend, in de hoop op een centje – traditioneel verzameld in een washandje.

Van straatroep tot levend erfgoed

Wat ooit een alledaags beeld was in Galmaarden, Tollembeek en de nabije omgeving leek tien jaar geleden bijna verdwenen. Vroeger trokken kinderen al in de vroege ochtend van oudejaarsdag – ook wel Sylvesterdag – op pad om wat centen of snoep te sprokkelen. Opvallend is hoe ongelijk deze traditie verspreid was: in sommige dorpen bleef ze levendig, terwijl ze in naburige gemeenten nauwelijks bekend was.

Vandaag krijgt het gebruik een tweede adem dankzij lokale erfgoedzorgers en gezinnen die het willen doorgeven. “Het is mooi om te zien hoe iets dat zo lokaal is, opnieuw mensen samenbrengt,” vertelt een ouder die meewandelt. “Je voelt dat dit méér is dan zingen alleen.”

Die heropleving is geen toeval. De erfgoedvereniging ErGoed Galmaarden-Tollembeek-Vollezele zette enkele jaren geleden bewust in op het herwaarderen van het Gosjdieël roepen – met zichtbaar resultaat: het aantal deelnemende kinderen groeit jaar na jaar.

Een koude editie, een warm onthaal

De editie van dit jaar kreeg af te rekenen met een winters zonnetje en temperaturen die rond het vriespunt schommelden. Voor de jonge Gosjdieëlers hoorde de kou er gewoon bij. Om de tocht af te sluiten verzamelden een veertigtal kinderen rond het middaguur op het binnenplein van het Baljuwhuis. Daar werden ze onthaald met een drankje en een versnapering, een groepsfoto en een welverdiende bravo.
“Ze hebben koude voeten, maar ook een grote glimlach,” lachte een begeleider. “Dat zegt alles.”

Aan het woord: Milan (12)

Voor Milan De Cooman, net twaalf geworden, was het dit jaar zijn laatste keer Gosjdieël roepen. Samen met zijn beste vriend Mats Jeanfils (11) ging hij op ronde in Tollembeek, onder meer in de Statiestraat en een deel van de Flieterkouter.

Milan spreekt met ervaring: “Als we zo’n tien huizen doen, gaat bij vijf à zes de deur open. De meeste mensen weten perfect wat Gosjdieël betekent en wat er verwacht wordt. Soms moeten we uitleggen wat we roepen en waarom. Dan zeggen we dat het de gewoonte is om op 31 december de buren een gelukkig nieuwjaar te wensen en – met de beurs duidelijk open en in zicht – tonen we dat er ook een kleine tegenprestatie verwacht wordt.”

Niet overal wordt opengedaan, ook al is er iemand thuis. “Daar liggen we niet wakker van,” zegt Milan. “Iedereen is vrij.” Het spannendste moment blijft de telling na afloop. “Dit jaar kwamen we elk uit op zo’n 30 à 35 euro. We rekenen gemiddeld per geopende deur op 75 cent tot 1 euro per persoon.” De opbrengst gaat bij beiden in het spaarvarken  “voor een extraatje, met toestemming van mama,” klinkt het lachend.

Niet te verwarren met Driekoningen

Hoewel ze vaak op één hoop worden gegooid, zijn Gosjdieël roepen en Driekoningenzingen twee verschillende tradities. Driekoningen hoort bij 6 januari en ontstond pas halverwege de 20e eeuw. Gosjdieël daarentegen is veel ouder en onlosmakelijk verbonden met oudejaarsdag. Het moment – de overgang van oud naar nieuw – is geen toeval: vrijgevigheid en goede wensen staan centraal.

Voor handelaars en bewoners is de passage van de zingende kinderen doorgaans een plezier. “Het brengt leven in de straat,” zegt een winkelier. “Je doet met plezier de deur open.” Ook wie wijst op de drukte of het lawaai, erkent het bijzondere karakter: “Dit hoort bij onze streek.”

Wat betekent ‘Gosjdieël’?

Het woord Gosjdieël is een dialectische verbastering van ‘Godsdeel’: een gift vragen om Gods wil. Het woord verdween uit het woordenboek, maar de betekenis bleef leven in het gebruik. De wortels reiken tot de tienden uit de middeleeuwen – een tiende van de oogst die ten goede kwam aan kerk en armen. Vandaag is de context anders, maar het idee blijft herkenbaar: delen, gunnen en samen het jaar afsluiten.

Erkend én gedragen

Sinds eind 2021 staat Gosjdieël roepen officieel op de Inventaris Vlaanderen van het Immaterieel Cultureel Erfgoed. Die erkenning onderstreept de waarde van de traditie en moedigt aan om ze verder te koesteren. “Erkenning is belangrijk,” zegt een vrijwilliger, “maar het echte werk gebeurt op straat, met kinderen die het doen.”

Dankzij het engagement van ErGoed Galmaarden-Tollembeek-Vollezele en de trekkers die het dossier en de praktijk mee dragen – onder meer Luc Matthys, Luc Cromphout, Herman Vanden Herrewegen en Ludo Van Paepegem – lijkt deze unieke Pajotse traditie opnieuw een stevige toekomst tegemoet te gaan. Dit jaar kregen zij bovendien steun van Tom De Cooman, die het treffend samenvatte: “Dat is pas dorpsleven. Daar moet je voor zorgen dat zoiets niet verdwijnt.”

Van noodzaak naar plezier, van verleden naar vandaag

Gosjdieël roepen bewijst dat erfgoed pas echt leeft wanneer het wordt doorgegeven. En dat gebeurde vandaag nogmaals luid en duidelijk.

Dit nieuwsbericht delen: