Buurtcomité ’t Oeijke waakt over stille gebedsplek in Mgr. Abbeloosstraat
In het centrum van Gooik, verscholen in de Mgr. Abbeloosstraat, staat al meer dan zestig jaar een Lourdesgrot die voor velen een plek van stilte, gebed en herinnering is. De grot, aangelegd in 1958–1959, vormt vandaag nog steeds een levend stukje lokaal erfgoed. Tegelijk werd deze rustplek recent overschaduwd door een opvallend en pijnlijk voorval: het verdwijnen van het ‘Kindje Jezus’ uit de kerststal, inmiddels al voor de tweede keer in drie jaar tijd.

Ontstaan in het geloofsrijke Vlaanderen van de jaren vijftig
De Lourdesgrot werd aangelegd ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Franse bedevaartsoord Lourdes, waar in 1858 Maria zou zijn verschenen aan Bernadette Soubirous. Het initiatief kwam van toenmalig pastoor Jozef D’Hoe, die Gooik leidde in een periode waarin kerk en geloof een centrale plaats innamen in het dagelijkse leven. De voorbereidende werken werden indertijd op zijn vraag opgestart door Frans Van Ginderdeuren en Ludwig Tielemans. Voor de effectieve realisatie staken ook onder meer Frans De Leener en Vincent Brisart de handen uit de mouwen. Beide mannen, vandaag tachtigers, zijn de laatsten die het verhaal nog uit eerste hand kunnen navertellen.
De grond voor de grot werd geschonken aan de Sint-Niklaasparochie van Gooik. Dankzij talloze vrijwillige arbeidsuren en de inzet van een nauw betrokken buurtcomité kon ook het nodige budget worden verzameld voor materialen en aankleding. Het Mariabeeld dat vandaag nog steeds bovenaan de grot prijkt, werd destijds aangekocht in Lourdes en is inmiddels 66 jaar oud.

Waarom Lourdesgrotten overal opdoken
Het Gooikse initiatief paste in een bredere Vlaamse beweging. In de jaren 1950 en 1960 werden op veel plaatsen Lourdesgrotten gebouwd. Voor wie een verre bedevaart niet kon maken, bracht zo’n grot Lourdes symbolisch naar het eigen dorp. Ze boden hoop, troost en een laagdrempelige plaats voor volksdevotie, vaak gedragen door vrijwilligers en sterk verankerd in het gemeenschapsleven.
Van straatnaam tot stille getuige

De grot bevindt zich in de Mgr. Abbeloosstraat, genoemd naar Jean-Baptiste Abbeloos, rector van de Katholieke Universiteit Leuven in de 19de eeuw en later titulair aartsbisschop. Hoewel hij geen rechtstreekse band had met Gooik, leeft zijn naam er voort als symbool van de katholieke traditie die ook aan de basis lag van de grot.
Nieuw elan dankzij geëngageerde buren
Dat de Lourdesgrot vandaag nog steeds druk bezocht wordt, is geen toeval. Zij wordt zorgvuldig onderhouden door een aantal buren die — met vooral Pascal, Leo, Kathy en Eric — samen het buurtcomité ’t Oeijke vormen.

Twee jaar geleden maakten zij gebruik van een gemeentelijk buurtbudget om de grot grondig op te frissen. Overwoekerend groen werd verwijderd en vervangen door een doordachte jonge beplanting. De toegang kreeg een opknapbeurt en werd voorzien van een hellend vlak, zodat ook kinderwagens en mensen met een beperkte mobiliteit de grot kunnen betreden. Versleten stoeltjes maakten plaats voor stevige banken, waardoor de plek ook als volwaardig rustpunt kan dienen.
“Onze Mariagrot is veel levendiger dan mensen vaak denken,” zegt Pascal De Leener. “Dat zie je meteen aan het aantal kaarsen dat hier elke dag brandt. De aantrekkingskracht van de Lourdesgrot ligt vandaag vooral in haar eenvoud. Zonder verplichtingen of rituelen biedt zij mensen een plek om in stilte te bidden, te hopen of te herdenken. Het is een kleine schuilplaats voor vaak grote zorgen.”
Volgens Leo zijn de cijfers veelzeggend: “Maandelijks gaat het om gemiddeld 160 kaarsen. In de meimaand, traditioneel een Mariamaand, stijgt dat aantal tot wel zo’n 250. De kaarsen worden via de parochie aangekocht, die ook de opbrengst van de offerblok beheert.”
Kerststal als warme traditie
Sinds enkele jaren krijgt de grot in de eindejaarsperiode ook een kerstinvulling. Met veel creativiteit bouwen buurtbewoners Fons en Eric er een volwaardige kerststal, zonder grote kosten maar met des te meer inzet. Een bijzonder detail is het ‘Kindje Jezus’, dat elk jaar wordt uitgebeeld door een pop van de jonge buurtbewoonster Marie. Ze leent één van haar lievelingspoppen uit, aangekleed in aangepaste kledij, tot groot plezier van de vele bezoekers.

Maar dan slaat het noodlot toe
Wat een hartverwarmend gebaar moest zijn, kreeg de voorbije jaren een wrange nasmaak. Zowel twee jaar geleden als dit jaar werd het ‘Kindje Jezus’ ontvreemd. Op Kerstdag werd het plechtig in de kribbe gelegd, maar enkele dagen later was het spoorloos verdwenen. Uit de mond van Marie klinkt het onbegrip scherp en eerlijk: “Wie doet nu zoiets en waarom? Het kindje had zelfs mijn doopmutsje op en was goed vastgemaakt, en toch is het weg.”

Oproep tot teruggave
Het buurtcomité reageert ontgoocheld, maar wil vooral oproepen tot menselijkheid. “Wij hoeven niet te weten wie het Kindje heeft meegenomen, noch waarom,” klinkt het. “We vragen alleen om het terug te brengen. Marie en heel het buurtcomité, zouden daar enorm dankbaar voor zijn.”
De Lourdesgrot in Gooik blijft zo niet alleen een plaats van gebed en erfgoed, maar ook een spiegel van zorg, engagement en kwetsbaarheid, waarden die vandaag misschien meer dan ooit relevant zijn.

















