Werkbezoek aan Hengstenhouderij Dekens in KESTER belicht spanningsveld tussen landbouw en paardenhouderij

Maandagvoormiddag brachten burgemeester en Vlaams parlementslid Kris Poelaert, vertegenwoordigers van het Departement Landbouw en Visserij, PaardenPunt Vlaanderen en initiatiefnemer Jan Deboitselier, ruimtelijk expert die PaardenPunt inhoudelijk adviseert, een bezoek aan de Hengstenhouderij Eric en Frederik Dekens (BV) in Kester (Pajottegem).PaardenPunt Vlaanderen profileert zich als schakel voor paardenhouders: een aanspreekpunt dat de sector wegwijs maakt in regelgeving en in dialoog treedt met de overheid over vergunningen en ruimtelijke inpassing.

Het familiebedrijf Hengstenhouderij Eric en Frederik Dekens (BV)  werd voorgesteld als een voorbeeld van hoe landbouw en professionele paardenhouderij elkaar kunnen versterken. Het werkbezoek kaderde in het bredere debat over de zogeheten verpaarding van Vlaanderen’ , de toenemende aanwezigheid van paardenbedrijven in landbouwgebied en de zoektocht naar een evenwichtige omgang met de schaarse open ruimte.

Onder de aanwezigen

Frank Gasthuys – voorzitter van PaardenPunt Vlaanderen, aanwezig om de belangen en inzichten van de paardensector toe te lichten in het overleg over landbouw, vergunningen en ruimtelijke ordening.
Marc Steeno – bestuurslid bij Paardensport Vlaanderen en lid van de Raad van Bestuur van de Belgische Confederatie van het Paard (BCP).
Inge Vande Walle – medewerker bij de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van het Departement Landbouw en Visserij, gespecialiseerd in advisering rond stedenbouwkundige dossiers voor paardenhouderijen.
Dieder Vangindertael – beleidsraadgever dierlijke kwaliteitsnormering bij het Agentschap Landbouw & Zeevisserij.

Een groeiende spanning op het Vlaamse platteland

In het Vlaamse buitengebied bestaat een spanningsveld tussen traditionele landbouw en de opmars van paardenhouderijen. Steeds meer paardenliefhebbers – van hobbyruiters tot kleine fokkers – vestigen zich in agrarische zones, waar zij landbouwgrond huren of aankopen voor hun dieren. Die ontwikkeling, vaak aangeduid als de verpaarding van Vlaanderen, verandert het landschap: waar vroeger graangewassen en koeien domineerden, staan nu paddocks, omheiningen en schuilstallen.

In landbouwmiddens leeft de vrees dat te veel vruchtbare grond uit productie verdwijnt. Paardenhouders ervaren op hun beurt dat vergunningenterreinen complex zijn en dat nieuwe projecten streng worden beoordeeld.

PaardenPunt Vlaanderen ziet hierin een cruciale beleidsvraag: hoe verzoen je de liefde voor paarden met een doordacht en duurzaam ruimtebeleid? Als erkend overlegpartner ondersteunt PaardenPunt de overheid bij de uitwerking en verfijning van regelgeving rond paardenhouderij, inrichting en vergunningen.

Burgemeester en Vlaams parlementslid Kris Poelaert

De visie van Kris Poelaert sluit nauw aan bij de koers van Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns.
Poelaert wees erop dat de instroom van nieuwe landbouwers vrijwel stilvalt en dat vooral kleine hoevebedrijven daardoor kwetsbaar worden. Hij pleitte voor een duidelijk, rechtszeker kader dat landbouwfunctie, landschap en professionaliteit bewaakt, zonder alles zomaar toe te laten.

Dat sluit naadloos aan bij minister Jo Brouns’ benadering van het ruimte- en landbouwbeleid: behoud van landbouwgrond, duurzame openruimteplanning, en ruimte voor ondernemerschap binnen duidelijke grenzen. Net als Poelaert benadrukt Brouns dat de open ruimte niet onbeperkt kan worden aangesproken, maar dat bedrijven die professioneel en toekomstgericht werken perspectief moeten krijgen.

Beide beleidsmakers verdedigen dus een evenwichtsbenadering: landbouw en paardenhouderij kunnen samengaan, maar slechts binnen een transparant en zorgvuldig afgewogen kader.

Een kluwen van vergunningen en regels

In agrarisch gebied mag enkel wat agrarisch of para-agrarisch van aard is. Daar wringt het schoentje voor kleine hobby-paardenhouders: een hobbyweide of schuilstal wordt juridisch niet als landbouwactiviteit beschouwd en past dus niet in de bestemmingszone.

Voor professionele fokkerijen, hengstenhouderijen of maneges is het aantonen van agrarisch/para-agrarisch karakter haalbaar, voor hobbyhouders veel minder.

De strikte regels beschermen de open ruimte, maar leiden in de praktijk tot frustraties. Landbouwers vrezen verdere versnippering, terwijl paardenhouders meer rechtszekerheid vragen. Paarden maken immers al jarenlang deel uit van het Vlaamse platteland.

Jan Deboitselier: “Niet elk paard is een probleem, maar elk stuk ruimte heeft visie nodig.”

Ruimtelijk expert Jan Deboitselier benoemde als een van de eersten het fenomeen verpaarding en situeerde het als onderdeel van een bredere ruimtelijke problematiek: versnippering, zonevermenging en verlies van openheid. Hij ziet echter ook kansen: wanneer paardenbedrijven zich volwaardig inpassen in de landbouwstructuur. Door eigen voederproductie, landschapsbeheer of fokkerij  kunnen ze bijdragen aan de leefbaarheid van het platteland. “Een paardenhouderij is op zich geen bedreiging, maar ze moet wél begeleid worden met visie. Elke hectare ruimte vraagt om doordacht beleid dat landbouw en paardenhouderij op een duurzame manier combineert.”

Voorbeeld uit de praktijk: Hengstenhouderij Dekens

Het werkbezoek aan de Hengstenhouderij Eric en Frederik Dekens (BV) illustreerde dat evenwicht. Het bedrijf, opgericht in 2008 en gevestigd aan de Daalstraat 19 in Kester (Pajottegem), houdt een zestigtal sport- en recreatiepaarden en beschikt over circa 20 hectare landbouwgrond. Het combineert klassieke landbouw met professionele hengstenhouderij — een model waarbij akkerbouw, voederproductie en fokkerij elkaar versterken. Voor Deboitselier is dit bedrijf een positief tegenvoorbeeld van wat verpaarding doorgaans symboliseert: geen verrommeling, maar een solide geïntegreerd landbouw- en paardenbedrijf.

Naar een nieuw evenwicht

Voor Vlaanderen ligt de uitdaging niet in het stoppen van de verpaarding, maar in het begeleiden ervan. Zowel Deboitselier als minister Brouns – bevoegd voor zowel landbouw als omgeving – benadrukken dat de open ruimte geen restcategorie is, maar een waardevolle grondstof voor de toekomst.

De sleutel ligt in een helder kader en samenwerking tussen alle spelers: landbouwers als beheerders van het landschap, paardenhouders binnen een duurzaam en professioneel kader en een overheid die richting geeft zonder te verstikken.

De Hengstenhouderij Dekens toonde hoe dat evenwicht er in de praktijk kan uitzien: een plek waar landbouw, paarden en landschap elkaar niet beconcurreren, maar versterken.

Dit nieuwsbericht delen: