Elke maand laat deklaroen een beleidsmaker van de nieuwe fusiegemeente Pajottegem aan het woord. Deze keer: vierde schepen Lieven Snoeks (cd&v).Bij de gemeenteraadsverkiezingen behaalde hij 1.266 voorkeurstemmen. Hij is bevoegd voor Financiën, Aankoopbeleid, Fusie, Dienstverlening, Archief en ICT.

Personalia
Lieven Snoeks (55) woont met zijn vrouw Ann Lanneer al 25 jaar in Sint-Pieters-Kapelle. Samen hebben ze drie kinderen: Stan, Niel en Nette. Oorspronkelijk komt hij uit Herne, waar hij als kind al verantwoordelijkheid opnam binnen de Chiro en tot op vandaag actief is als bestuurslid én muzikant in harmonie ’t Muziek Herne. Meer dan 45 jaar speelt hij daar al mee – een mooi voorbeeld van zijn trouw aan engagementen. Ik ben redelijk honkvast, zegt hij zelf met een glimlach.
1. Wat heeft u overtuigd om opnieuw deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen?
Ik heb er lang over nagedacht. De combinatie van werk, gezin en politiek is intens. Maar uiteindelijk heeft burgemeester Kris Poelaert me kunnen overtuigen om de stap opnieuw te zetten. De gemeentefusie naar Pajottegem was een uitdaging van formaat. In zo’n veranderingsproces kan iemand met ervaring echt een verschil maken. Ik had er bovendien al twaalf jaar opzitten als schepen van Financiën in Herne, wat zeker geholpen heeft om die stap te zetten.
2. U staat aan het hoofd van heel wat beleidsdomeinen. Hoe beheert u die verantwoordelijkheid?
Eigenlijk zijn het er negen, als we noodplanning meerekenen. Natuurlijk vragen ze niet allemaal op elk moment dezelfde aandacht. Gelukkig kunnen we in Pajottegem rekenen op gemotiveerde medewerkers die hun dossiers goed voorbereiden. Zelf werk ik resultaatgericht: ik bemoei me niet met elk detail, maar ik wil mijn dossiers wél grondig kennen. Dat betekent veel studiewerk, overleg en opvolging. Ik mis zelden een vergadering. En als een dossier dan resultaat oplevert, geeft dat veel voldoening.
3. Hoe kijkt u als schepen van Financiën naar de besteding van publieke middelen?
Mijn uitgangspunt is dat niets vanzelfsprekend mag zijn. Elke uitgave, elk project moet kritisch bekeken worden. Doen we het efficiënt? Kan het beter of goedkoper, zonder aan kwaliteit in te boeten? En levert het ook echt het gewenste resultaat op? Zo niet, dan moeten we durven bijsturen. Die manier van denken wil ik verankeren in de bestuurscultuur van Pajottegem. Efficiëntie en gezond verstand zijn voor mij basisprincipes.
Daarnaast behandel ik ook juridische dossiers die soms gevoelig liggen, zeker wanneer het over burenruzies of vergunningen gaat waarbij bekenden betrokken zijn. Maar we werken nu eenmaal voor de hele gemeente en moeten dat professioneel en objectief aanpakken. Goede ondersteuning van onze juridische dienst en verzekering is daarbij onmisbaar.
4. Wat is uw visie op het aankoopbeleid?
Ik geloof sterk in vertrouwen. Diensthoofden hebben bij ons een zekere autonomie gekregen in aankoopprocedures. Zo krijgen ze meer verantwoordelijkheid, en dat leidt meestal tot snellere en betere beslissingen. Uiteraard moet alles wettelijk in orde zijn. Daarvoor hebben we een klein, gespecialiseerd team van aankopers die toezien op de procedures en samenwerken met de diensten om bij te sturen waar nodig. Ik hou niet van trage, logge processen, zolang we maar binnen het wettelijk kader blijven.
5. U wordt soms als ‘streng’ omschreven. Hoe gaat u daarmee om?
Dat klopt. Ik durf vragen te stellen over efficiëntie en ik geef niet zomaar toe omdat het makkelijk is. Sommige mensen noemen dat koppig, maar ik verander van mening als je me kan overtuigen – niet om iemand te plezieren. Alles draait bij mij om dialoog: ik leg mijn bezorgdheden uit en probeer mee te denken. Dat maakt me misschien niet altijd de populairste, maar mijn stijl wordt blijkbaar wel gewaardeerd. Bij elke verkiezing steeg mijn stemmenaantal. Mensen willen dat hun belastinggeld verstandig beheerd wordt, en ik denk dat velen mijn manier van werken appreciëren.
6. Wat zijn de concrete voordelen van de fusie voor de efficiëntie van de gemeente?
Door de schaalvergroting hebben we meer specialisten in huis. Daardoor moeten we minder uitbesteden en bouwen we intern meer kennis op. Op langere termijn kunnen we ook met minder mensen efficiënter werken: vóór de fusie voerden we sommige taken drie keer uit, nu nog maar één keer. Maar dat vereist een degelijke reorganisatie. Eerst moeten de taken duidelijk verdeeld zijn en moeten de werkprocessen afgestemd worden. Pas dan kunnen we echt spreken van efficiëntiewinst.
7. Zijn er ook moeilijkheden bij zo’n fusie?
Zeker. Veel medewerkers zijn op nieuwe werkplekken terechtgekomen, met onbekende collega’s en andere werkwijzen. Dat vraagt aanpassing. Je moet nieuwe relaties opbouwen, ook op professioneel vlak. Dat is niet vanzelfsprekend. Ik vind het cruciaal dat we uiteindelijk naar één administratief gebouw evolueren. Dat bevordert de samenwerking en communicatie enorm.
Er is ook nog wat weerstand tegen veranderingen, bijvoorbeeld bij het kerntakendebat. Maar we kunnen ons financieel geen status quo veroorloven. Gelukkig is er openheid om die gesprekken volwassen te voeren. Een ander gevoelig thema is het toekomstig gebruik van onze kerkgebouwen. Het kerkenbeleidsplan dat we samen met de kerkfabrieken opstellen, probeert hier met respect voor ieders gevoeligheden werkbare oplossingen te bieden. De fusie biedt de kans om het beheer daarvan efficiënter te organiseren, al blijft het een uitdaging om alle gebouwen financieel haalbaar te onderhouden.
8. Hoe evolueert de dienstverlening voor de inwoners?
We hebben een nieuwe onthaalbalie opgericht die stilaan goed functioneert. Op termijn willen we dat mensen er terechtkunnen voor een brede waaier aan eenvoudige vragen. Voor complexere vragen werken we op afspraak, zodat onze specialisten voldoende tijd kunnen nemen om kwalitatief maatwerk te leveren. Daarnaast denk ik eraan om in de toekomst mensen die zich moeilijk kunnen verplaatsen, thuis te helpen met hun administratie. Dienstverlening moet immers bereikbaar zijn voor iedereen.
9. Hoe betrekt u de inwoners bij het beleid?
De manier waarop we inspraak organiseren, wordt momenteel herbekeken. De vroegere gemeenten hadden elk hun eigen aanpak. We hopen binnen enkele weken een nieuw model te presenteren dat beter past bij Pajottegem. In het kader van het 12-dorpenbeleid zullen inwoners binnenkort ook dorpsraden kunnen oprichten. Die kunnen zich focussen op lokale noden en ideeën aanbrengen. Zo brengen we mensen dichter bij elkaar én dichter bij het beleid.
10. Wat zijn uw persoonlijke doelstellingen voor deze legislatuur?
Als we erin slagen om de financiën van Pajottegem gezond te houden én tegelijk te blijven investeren, dan ben ik een tevreden man. De inwoners moeten het gevoel hebben dat hun belastinggeld bijdraagt aan tastbare verbeteringen. We mogen niet enkel bezig zijn met het blussen van kleine brandjes. Daarom werken we nu aan het nieuwe meerjarenplan dat eind dit jaar klaar moet zijn. Binnen ICT zetten we ook sterk in op digitale dienstverlening én cybersecurity. Een hack zoals in Antwerpen willen we absoluut vermijden.
Tot slot
Met zijn doorgedreven dossierkennis, kritische blik en inzet voor efficiënt beleid is Lieven Snoeks een vaste waarde binnen het Pajottegemse schepencollege. Zijn stijl is misschien niet de zachtste, maar wel rechtdoorzee – en vooral gericht op duurzaam, degelijk bestuur.
“Humor is voor mij ook belangrijk in het leven,” voegt Lieven er met een knipoog aan toe. “Mocht er meer humor in de wereld zijn, er zou minder miserie zijn.” Een gedachte die zijn reputatie van strengheid meteen wat nuanceert.
















