KESTER-HERFELINGEN-OETINGEN –  Een massa volk op de been voor de Heilige Drievuldigheidsprocessie

Voor de Heilige Drievuldigheidsprocessie van Kester hebben de weergoden dit jaar een typisch Belgisch weertje voorzien.  Miezerig in Herfelingen, regen in Oetingen en zon in Kester. Toch stapten een bijzonder groot aantal deelnemers uit zowel de paardenwereld als het voetvolk al vroeg in de morgen op in de ommegang van nagenoeg 14 km. Zoals de traditie het wil vertrok de ommegang iets na 6u15 aan de St-Martinuskerk in Kester om er dan via Herfelingen en Oetingen rond de middag terug aan te komen. De organisatie gaat uit van de Gilde van het Paardenvolk, een vereniging die in 2021 haar 150-jarig bestaan mocht vieren. Naar aanleiding van die gebeurtenis verscheen het boek 150 jaar Paardenvolk te Kester in een uitgave van de Heemkundige Kring van Gooik waarin de geschiedenis van de Gilde van 1871 tot 2021 wordt weergegeven. De Paardenprocessie is inmiddels sinds vorig jaar ook erkend als Vlaams Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Een eeuwenoude traditie

De Heilige Drievuldigheidsprocessie is in Kester/Herfelingen/Oetingen een traditie. In de volksmond draagt de processie ook de namen van Paardenprocessie en Kesterweg. Het is een ‘beeweg’ – ook wel een bedeweg of ommegang genoemd – waarbij God wordt gevraagd om mensen, dieren en oogsten te vrijwaren van ziekten.  De processie zou zijn ontstaan uit dankbaarheid omdat die drie kerkgemeenschappen die destijds deel uitmaakten van het Kestergewoud indertijd gevrijwaard bleven van de pest. Het was dan ook met de woorden ‘God houdt van het paard en van zijn ruiter’ dat federatiepastoor Kris Meskens de processiegangers in zijn St-Niklaaskerk in Herfelingen verwelkomde. In de Sint-Ursmaruskerk in Oetingen werd het gebedsmoment voorgegaan door Paul Dedobbeleer en muzikaal ondersteund door het Otinga-koor met zijn dirigent Roger Poelaert.

Foto’s Herfelingen

De Gilde van het Paardenvolk

In 1871 werd het Genootschap van de Heilige Drievuldigheid – ook de Gilde van het Paardenvolk genoemd – opgericht en sindsdien werd de processie jaarlijks te paard begeleid. Sinds 1965 zijn naast ruiters ook koetsen toegelaten zodat ook de oudere gildeleden aan de ommegang weg konden deelnemen. De processie wordt gevormd door de voorposten, de ruiters, een vertegenwoordiger van de Gilde die Sint-Martinus te paard voorstelt en een bedelaar, de vaandeldragers en de drie dragers met elk een kruisbeeld dat de drie parochies symboliseert. Daarna komt de ‘genadestoel’ met op de troon de zetelende God de Vader met de keizerskroon. In zijn handen houdt hij het kruis vast met het lichaam van zijn dode Zoon. De H. Geest dan weer is terug te vinden onder de vorm van een duif. De processie wordt afgesloten door het voetvolk.

Foto’s Oetingen

Warm onthaal  

Bij aankomst in de drie parochies behoort het tot de geplogenheden dat de processie met ‘eer’ wordt ontvangen door de plaatselijke muziekmaatschappijen en dorpelingen. Ook een bevlagging van de huizen behoort tot dat eerbetoon waarbij vooral de nieuwe vlag van de processie uitgehangen wordt. In Herfelingen was het de Koninklijke Fanfare De Ware Broeders die de stoet opwachtte en begeleidde. In Kester werden die honneurs waargenomen door de Koninklijke St-Martinus harmonie die de  processie zoals ieder jaar opwacht aan de St-Jozefskapel aan het kruispunt van de Edingsesteenweg en de Kesterweg.

Sint-Jozefkapel (1893)

Deze kapel speelt een belangrijke rol in de Paardenprocessie. Hier wordt de ommegang opgewacht door de Heilige Sacramentsprocessie, om dan samen de ‘grote’ processie te vormen. Aan de kapel worden een zegen en een kort gebed uitgesproken, gevolgd door een muzikale groet.

Sacramentsprocessie

In de Sacramentsprocessie wordt een geconsacreerde hostie, die wordt beschouwd als het lichaam van Christus, in een monstrans geplaatst en in de plechtige optocht meegedragen. Zoals het hoort bij een traditionele Sacramentsprocessie kondigen de herauten de komst van de processie aan. In de processie dan wordt een bijzondere aandacht geschonken aan Heiligen die al dan niet in de Sint-Martinuskerk een staanplaats hebben. Het Heilig Sacrament (Allerheiligste) werd door priester Koen Van Nguyen meegedragen onder een baldakijn. Het baldakijn wordt voorafgegaan door het processiekruis en geflankeerd met de flambeeuwen gedragen door de leden van het Kerkfabriek. Daarna volgen de vertegenwoordigers van de parochiale verenigingen met hun vlaggen Achteraan stappen dan de gelovigen. De Sacramentsprocessie is een publieke uiting van verering voor de allerheiligste Eucharistie.

De processie in zijn geheel sluit haar tocht af in de Sint-Martinuskerk. Na de kerkelijke geplogenheden is er dan nog ruimte voor gezellig napraten op het dorpsplein tussen de kermisattracties en in de al dan niet geïmproviseerde  dorpscafés. Hierbij doet zeker ook ’t Café achter ’t Gat van de plaatselijke Chiro in de achtertuin van de vroegere pastorij wel bijzonder goede zaken.

Processiecultuur  

België kent een zeer rijke en oude processiecultuur. In de provincie Vlaams-Brabant alleen al trekken jaarlijks nagenoeg een honderdtal processies uit. De meest bekende jaarlijkse processie in Vlaanderen is allicht de Heilig Bloedprocessie in Brugge. Sinds 2009 staat die – met een oorsprong in 1304 – ingeschreven op de lijst van het Immaterieel Cultureel Werelderfgoed van de UNESCO..

Dit nieuwsbericht delen: