HERNE/GALMAARDEN – Toelichting van het Lokaal Energie- en Klimaatactieplan Pajottenland –   Els Cornelis

In oktober 2020 besliste de gemeenteraad van Herne in te tekenen op het Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie 2030. Dat is een initiatief van de Europese Commissie dat de lokale besturen een platform aanbiedt en hen aanmoedigt zich vrijwillig te engageren de klimaatverandering aan te pakken en te bouwen aan een meer duurzame toekomst. Dat engagement vertaalt zich inmiddels in een  SECAP (Sustainable Energy and Climate Action Plan/Lokaal Energie- en Klimaatactieplan) naar 2030 toe met in het vooruitzicht een later klimaatneutraal en klimaatbestendig Pajottenland. Dat SECAP impliceert dat naast Herne ook Bever, Galmaarden, Gooik, Lennik en Pepingen streven naar een drastische vermindering van de CO2-uitstoot en daarbij  maatregelen vooropstellen om de gevolgen van de klimaatverandering op hun grondgebied tegen 2030 te temperen met een 40% CO2-reductie ten opzichte van 2011.

Het Energie- en Klimaatactieplan Pajottenland werd opgesteld aan de hand van een intergemeentelijk intern participatief traject met de betrokken gemeentelijke ambtenaren en de bestuurscolleges van Bever, Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik en Pepingen. De besluiten werden samengebundeld in het lijvig document dat thans in het gemeentehuis van Herne aan de bestuursleden van zowel Herne als Galmaarden werd toegelicht door Els Cornelis, de ondersteunende beleidsmedewerkster vanuit de provinciale dienst Klimaat.

Provincie als locomotief

De provincie wil als een locomotief haar lokale besturen blijven aanzetten en stimuleren tot het behalen van die doelstellingen en engageerde zich om SECAP’s  op te maken op maat voor de 43 Vlaams-Brabantse gemeenten met een handtekening onder het Burgemeestersconvenant (2030) en die gemeenten daarbij te ondersteunen en te begeleiden voor het uitvoeren ervan. Een SECAP is een strategisch document dat wordt opgesteld om de uitdagingen van klimaatverandering aan te pakken en de overgang naar een duurzame energietoekomst mogelijk te maken. Het document is onder meer een analyse van de huidige situatie en wijst specifieke acties aan die dienen ondernomen worden om de doelstellingen in 2030 te behalen. Het cijfermateriaal werd aangeleverd door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).

De provincie Vlaams-Brabant wil alleszins de transitie richting klimaatneutrale provincie onverminderd verderzetten. Zowel technisch als maatschappelijk is het volgens de provincie mogelijk om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Het streven naar die klimaatneutraliteit is een ambitieus doel dat inhoudt dat de netto uitstoot van broeikasgassen tegen dat jaar tot nul wordt teruggebracht. Om dat te bereiken streeft de provincie drie grote doelen na. Vooreerst een beperking van de CO2-uitstoot door minder energie te verbruiken. Ten tweede werk maken van optimale duurzame energieopwekking en maximale energie-efficiëntie. En tenslotte ook inzetten op klimaatadaptatie. Gezien de klimaatverandering wereldwijd steeds meer merkbare effecten heeft zoals stijgende temperaturen en veranderingen in neerslagpatronen wordt het almaar meer belangrijk om adaptatiemaatregelen te treffen om én de samenlevingen én de infrastructuur te versterken zodat ze zich kunnen aanpassen aan die klimaatverandering. Het uitgewerkt provinciaal klimaatadaptatieplan vormt een kapstok voor het lokaal klimaatbeleid van de komende jaren. Elke Vlaams-Brabantse gemeente vormt een belangrijke schakel in het realiseren van die ambitieuze provinciale doelstellingen. De belangrijkste krijtlijnen hierbij zijn minder CO2 uitstoten door zuinig om te gaan met energie, het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen, het inzetten op hernieuwbare energiebronnen en te kiezen voor efficiënte en ‘schone’ technieken. Daarnaast ligt de focus ook op het milderen van de effecten van de klimaatverandering zoals hitte, droogte en wateroverlast. Het vergroten van het bewustzijn rond klimaatverandering moet daarbij leiden tot een significante gedragsverandering.

Monitoren

Het Lokaal Eenrgie- en Klimaatactieplan resulteerde dan ook enerzijds in een monitoring van de resultaten van alle doelstellingen van de deelnemende lokale besturen. Het overzicht toont hoever het bestuur staat in het bereiken van een lokale klimaattransitie. Voor elke gemeente werden enerzijds de centraal beschikbare gegevens  ingevuld en anderzijds de bevorderende maatregelen die op gemeentelijk niveau haalbaar blijken.

– 40%, hoe dat waarmaken? –  Hieronder een greep uit de cijfers voor Galmaarden en Herne.

Sleutelsectoren

Els Cornelis ging ook in op de emissies van de 5 sleutelsectoren die worden beschouwd als de belangrijkste sectoren waarvan lokale overheden het energieverbruik, en dientengevolge de CO2-emissies, zelf kunnen beïnvloeden: de gemeentelijke gebouwen, de tertiaire (niet-gemeentelijke) gebouwen, de residentiële gebouwen, het transport (openbaar, particulier en commercieel) en de openbare verlichting. Verder werd ook het accent gelegd op een mogelijke reductie van die emissies door in te zetten op kernversterking en slimme verdichting evenals behoud van open ruimte. Die doelstellingen kunnen gerealiseerd worden door structureel in te zetten op onder meer wonen, werken en bouwen nabij mobiliteitsassen en -knooppunten, op een kwalitatieve kernversterking en verdichting van de bestaande bebouwde ruimte met oog voor voldoende verkoelende en infiltrerende groene ruimte, op compact en gedeeld wonen stimuleren en faciliteren, op ruimte voorzien voor hernieuwbare energie, natuur & bos en duurzame, lokale landbouw en op het inzetten op klimaatadaptatie met ruimte voor water, ontharden, bebossen en vergroenen.

Participatie en samenwerking  

Een gemeente heeft zelf niet alle tools en hefbomen in handen om deze ambitieuze doelstellingen te halen. Interbestuurlijke samenwerking en aanvullend en ondersteunend beleid op álle beleidsniveaus zijn dan ook noodzakelijke voorwaarden voor een succesvol klimaatbeleid. Daarnaast zullen de lokale besturen ook de inzet en de medewerking van de inwoners, verenigingen en bedrijven nodig hebben. Hiervoor dienen ze vruchtbare participatietrajecten op te zetten.

Samenwerking –  een voorwaarde voor een succesvol klimaatbeleid – veronderstelt ook dat de verschillende diensten binnen een lokaal bestuur –  van energie over mobiliteit, ruimtelijke ordening, landbouw en voeding, industrie, natuurbeleid tot de technische diensten – allemaal een rol zullen moeten spelen. Uiteraard kunnen gemeenten ook onderling samenwerken.

Eindelijk starten

De teneur in de schoot van de vergadering na het exposé ging in de richting van “laat ons het voorgesteld ‘Klimaatactieplan’ goedkeuren. Het is een plan met cijfers, percenten en gegevens die misschien niet altijd binnen ieders bereik vallen. Het komt er op aan dat er eindelijk gestart wordt. In de volgende legislatuur en onder het ééngeworden Pajottegem kunnen dan her en der nog de nodige aanpassingen doorgevoerd worden.

De vergadering werd bijgewoond door een 20-tal gemeenteraadsleden en leden van de adviesraden. Het welkom was van de Hernse schepen voor milieu Kris Degroote die ook een jaar lang heeft meegewerkt aan de opmaak van het voorliggend plan. Ook zijn boodschap was overduidelijk: “Wij staan voor geen evidente uitdaging doch hebben geen tijd meer te verliezen”.

Het Energie- en Klimaatactieplan Pajottenland zal nu nog ter goedkeuring aan de gemeenteraden van Herne en Galmaarden worden voorgelegd. In Bever, Gooik, Pepingen en Lennik is zulks al gebeurd.

Dit nieuwsbericht delen: