LAND VAN EDINGEN – Orde van den Prince herdacht ‘60 jaar Taalgrens’

De afdeling Land van Edingen van de Orde van den Prince ging begin dit jaar zijn 16de levensjaar in. Voor haar nieuwjaarsontvangst voorzag de vereniging doelbewust een ledenbijeenkomst in brasserie restaurant ‘In de Molen’ aan de Edingsesteenweg in Lembeek (Halle). Die horecazaak is immers gelegen pal op de taalgrens en doorheen de zaak loopt ook de provincie- en  de gemeentegrens. De ideale locatie voor Leo Camarlynck, de specialist neerlandistiek in hun middens, om er een lezing te houden over ’60 jaar Taalgrens’. Traditiegetrouw hoort daar ook een etentje bij. Talrijke Princeleden maakten daar dan ook gebruik van. Voor de gelegenheid tekende ook een delegatie van de stichting Zannekin aanwezig.

De leden van de afdeling Land van Edingen ontmoeten elkaar doorgaans één keer per maand om hun beleving van de Nederlandse taal en cultuur samen te verbreden en te verdiepen. Hun thuishaven is restaurant Cardinael in Mark, een deelgemeente van Edingen. Net als overal in de Orde van den Prince hechten de leden een grote waarde aan de goede betrekkingen tussen Nederlandstaligen en Nederlandskundigen. De Orde van den Prince is een genootschap dat daarenboven Amicitia (vriendschap) en Tolerantia (verdraagzaamheid) hoog in het vaandel draagt.

Taalwetten en taalgrens  

In 1963 kreeg België taalwetten en een officiële taalgrens en werden ook de taalfaciliteiten ingevoerd. Leo Camerlynck in zijn lezing: “De traditionele opvatting is dat de taalgrens ontstond in de 4e eeuw tijdens de ondergang van het West-Romeinse Rijk en het resultaat was van de almaar meer binnendringende Germaanse volkeren, waaronder de Franken. Geleidelijk namen die de Noord-Gallische streken in. Tot in de 18de eeuw was de talenkwestie in België nauwelijks aan de orde. Pas in 1793 pleitte het Franse bestuur voor één universele taal voor de hele republiek. Dat was het Frans.

Na de Tweede Wereldoorlog kon Vlaanderen, dat meer inwoners had dan Wallonië, beetje bij beetje meer politieke macht uitoefenen. Het resultaat was dat Vlaanderen volledig eentalig werd. Voorheen gold immers nog de regel dat er door middel van talentellingen, die iedere tien jaar werden gehouden, werd besloten of Frans of Nederlands de (bestuurlijke) voertaal was.

In 1963 kreeg België dan taalwetten en ook een officiële taalgrens. Het werd een handel naar Belgisch format. Vlaamse gebieden werden plots naar Wallonië gesast en omgekeerd. Om er een paar te noemen: Ploegsteert – Waasten (Warneton) –  Komen (Comines) – Moeskroen (Mouscron)  en Dottenijs (Dottignies) gingen van West-Vlaanderen naar Henegouwen. Bever en Sint-Pieters-Kapelle gingen van Henegouwen naar Brabant. Bierk (Bierghes) en Sint-Renelde (Saintes) gingen van het arrondissement Brussel naar het arrondissement Nijvel terwijl de Voerstreek met Moelingen – ‘s-Gravenvoeren – Sint-Martens-Voeren – Sint-Pieters-Voeren – Teuven – Remersdaal overging van Luik naar Limburg.

Faciliteiten

Het bepalen van de taalgrens zelf maakte deel uit van de werkzaamheden van het Centrum Harmel. De taalgrens zou wettelijk van kracht worden op 1 september 1963. En alsof dat niet genoeg was werden er taalfaciliteiten ingevoerd. We zijn nu 60 jaar later, en nog steeds zijn er Franstaligen die dromen van een uitbreiding van Brussel of van een zogenaamde ‘corridor’ tussen het Brusselse en Waalse gewest…..”.

Meer info kan via leo.camerlynck@skynet.be  

Dit nieuwsbericht delen: