De Heemkundige Kring Gooik voorziet de Leerbeekse stelplaats van twee blikvangers  

Over gans het boerentramverhaal met de stelplaats van Leerbeek als middelpunt valt er in de regio Brussel/Halle/Ninove/Edingen nog maar weinig meer te zien. Sam Van Belle van de Heemkundige Kring Gooik vond het dan ook verantwoord en fijn de herinnering aan die boerentram terug leven in te blazen. Neen, er komt geen nieuwe boerentram! Wel 14 beeld- en informatierijke borden die langs de oude tramroutes van destijds de vergane glorie van de boerentram in het Pajottenland in  beeld brengen. De betrokken gemeenten zijn uiteraard Gooik met vooral de stelplaats van Leerbeek maar ook Herne (Herfelingen), Pepingen, Lennik en Sint-Pieters-Leeuw.

Vandaag was het de beurt aan de welbekende stelplaats om de borden 13 en 14 in de schijnwerpers te zetten.  Dit gebeurde in het bijzijn van Sam Van Belle, de verantwoordelijke van De Lijn Zenneland/Pajottenland Erik Dereymaeker, personeelsleden van de de Lijn en de voorzitter van de Heemkundige Kring Gooik Jean-Paul De Loecker vergezeld van ook enkele van zijn leden waaronder gewezen burgemeester Michel Doomst..

Een trigger

In september 1972 reed de laatste tram – in de volksmond nog altijd de boerentram genoemd – van Leerbeek via Lennik naar Brussel. Die gebeurtenis van ruim 51 jaar geleden was een trigger voor Sam Van Belle om die boerentram terug een plaats te geven in het Pajots straatbeeld.

Er werd op zoek gegaan naar oud fotomateriaal, tramverhalen en weetjes die konden dienen om de 14 permanente borden te stofferen. Via de technologie van de QR-code kan men zo voortaan op 14 markante plaatsen genieten van de informatie die Sam vergaarde.

Meer informatie over de vergane glorie van de boerentram is er te lezen in het boek ‘De Boerentram – Feiten rond het tramverkeer vanuit het station van Leerbeek’ uitgegeven in 2006 door de Heemkundige Kring van Gooik.

Ook dit Youtube-filmke geeft een beeld van de tram op lijn L (Brussel-Leerbeek).en ook een publicatie in Penzine van ‘Zomer 2022’ belicht het ‘Boeiend erfgoed’ van de Pajotse buurttram’.                

Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen  

Rond 1875 had België al een sterk uitgebreid spoornetwerk dat de grote kernen verbond. Omdat veel kleinere entiteiten en dorpen uit de boot vielen besliste de overheid een secundair netwerk uit te bouwen. Daarvoor werd in 1884 een wet goedgekeurd die de oprichting van de ‘Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen’ mogelijk maakte. Een 15 jaar later kon men van Brussel naar Ninove ook met de tram en in Leerbeek kwam de hoofdstelplaats voor de exploitatie van de netten met de lijn Halle-Ninove en de lijn Brussel-Edingen.

Die lijnen kenden veel succes. Veel land- en tuinbouwers konden met de tram naar de stad en de fabrieken waar ze hun producten konden verkopen op de markt of aan de verwerkende voedingsindustrie. Wekelijks werden lange trams ingelegd voor de marktdagen, de tram bevorderde de tewerkstelling en de scholieren konden na de dorpsschool met de tram naar de stad om er voort te studeren. 

De eerste trams waren voorzien van een stoomtractie die tussen WOI en WOII  voorzien werd van een elektrisch bovennet of een dieselaandrijving. Dat bleek evenwel niet genoeg om de tram een voorspoedige toekomst te blijven bieden. Vanaf de jaren ’50 ging het figuurlijk bergaf met de tram. Koning auto en de opkomst van de autobus zorgden voor een stille dood.

Alleszins een bezoek waard

In België is er nog één site die integraal bewaard bleef als buurtspoorwegstelplaats en dat is de tramsite van Schepdaal. Hier vonden trams onderdak en werden ze hersteld, was het trampersoneel thuis en stapten reizigers op.  De site bestaat sinds 1887 en is nu beschermd industrieel erfgoed. Ze werd opgeknapt en vertelt opnieuw haar verhaal. Historisch erg waardevolle trams – met zelfs een koninklijk rijtuig – staan hier opnieuw veilig op de sporen. Een bezoek meer dan waard.

Dit nieuwsbericht delen: