Gooik – Een Stripbeurs om in te kaderen

De jongste editie van de Stripbeurs  in het gemeenschapscentrum De Cam in een samenwerking tussen het lokaal bestuur, de Heemkundige Kring en de bibliotheek was een ‘grand cru’. Al heel vroeg laveerden honderden stripliefhebbers gekomen van heinde en ver tussen de standen op zoek naar ‘die’ rare parel om hun verzameling aan te vullen of te vervolledigen. Ook een handtekening bemachtigen van één van de aanwezige striptekenaars eiste wat kalmte en geduld. Organisator Jean-Paul De Loecker en zijn running mate Patrick De Cleem waren dan ook (heel) tevreden met het succesrijk verloop van deze 15de editie die in de annalen van de Gooikse Stripbeurs – tot nu – het hoogste podium mag betreden.

Wat in de late jaren ’90 in de gemeentelijke bibliotheek – met Jean-Paul als bibliothecaris – begon met  François Craenhals – die tekende onder de pseudoniemen F. Hal en Clopp – als enige aanwezige stripauteur is intussen uitgegroeid tot  een volwaardige stripbeurs met koop en verkoop van nieuwe en tweedehands strips. Bezoeker Roger: “Ik kom van Haaltert en heb er dus al een paar km opzitten. Ik ben heel tevreden dat ik geweest ben. Een groot en kwalitatief hoog aanbod. Wel zou de organisatie er in de toekomst best rekening moeten mee  houden dat een ruimere locatie en meer parkeergelegenheid  het succes van de beurs alleen maar zou kunnen vergroten. Ook spijtig dat Dieter Steenhaut – de nieuwe illustrator van Jommeke – er wegens onvoorziene omstandigheden niet kon bij zijn”.

Enig in het Pajottenland

Jean-Paul: “In de beginjaren was er een stripbeurs om de twee jaar, maar al vlug werd overgeschakeld naar een jaarlijks evenement. Tot dusver is de stripbeurs in Gooik de enige in het Pajottenland. In de ruimere regio is er de boekenbeurs van Opwijk in een organisatie van het plaatselijk Davidsfonds”. Jean-Paul is zelf een stripfanaat die goed vijf jaar geleden samen met de Gooikse illustrators Lars Lambrecht, Maarten De Saeger, Miel De Bolle en Dirk Van der Auwera een authentiek Goois stripverhaal mocht lanceren.

De signeertafels werden ingenomen door Wim Swerts (Vertongen & Co), Luk Martens (o.a. strip “Verminkte Vleugels” over de gebroers Van Raemdonck), Bart Proost & Barcas (Alexander de Grote e.a. reeksen), Kris Verwimp (strips in Heavy Metal Genre), Steve Van Bael (Nachtwacht, Kiekeboes, Figaro, …), Kristof Berte (Lise, De Romeinen, De Bergenvaarders), Ivan Adriaenssens (Breugel, Albrecht Rodenbach, strips i.v.m. Tweede Wereldoorlog) en de enige dame Jessica Raes (illustrator van kinderboeken). Ook Dirk Van den Auwera (D’Auwe) als huistekenaar en vaste ontwerper van de affiche met Gooikse achtergrond  was aanwezig. Hij werd voorgesteld als: “een hoofdinspecteur die politiestrips tekent, maar ook FC Schwalbe, The Champions en ook de reeks over Ridder Dolf en medewerker aan één deel van ‘Rooie Oortjes’.”

Belgisch cultureel erfgoed

Jean-Paul: “De stripcultuur is met Willy Vandersteen en Hergé als gangmakers een belangrijk onderdeel van het Belgische cultuur erfgoed. Ons land staat nog steeds garant voor kwalitatieve strips. Bewijs daarvan zijn de talrijke jonge auteurs die in hun sporen en in die van nog een resem anderen de ‘stripverhaal-weg’ zijn inslagen. Ook een bewijs daarvan is de op peil blijvende verkoop en daarbij aansluitend het groot aantal bezoekers aan onze en soortgelijke beurzen. Met onze lokale stipbeurs bieden wij niet alleen de stripverzamelaars en de striplezers uit de ruime regio de gelegenheid nieuw materiaal te ontdekken en hun archieven aan te zwengelen, wij zijn ook heel gelukkig met de lokale interesse. Wij zien hier een belangrijk segment aan volwassenen en kinderen van eigen bodem die van de gelegenheid gebruik maken om ook hun strippassie een boost te geven”.

Terecht of een misvatting?

Of het bewaren van oude stripverhalen met het oog op latere verkoop al dan niet financieel de moeite loont blijft wel een veel gestelde vraag.   

Jean-Paul: “Algemeen gesproken zijn strips van eind jaren ’40 en begin jaren ’50 de meest zeldzame en daarom ook  de meest waardevolle. Strips van de tweede helft van de jaren ’50 en later kunnen een verzamelwaarde hebben op voorwaarde dat ze zich in een perfecte of nieuwstaat bevinden. Verder is de verkoopwaarde van een strip ook afhankelijk van de bekendheid van de auteur, is het een eerste druk of niet, de oplage,…. Een koop is altijd het resultaat van wat de ene partij er voor wil ontvangen en de andere partij er wil voor geven”.

Dit nieuwsbericht delen: