HERFELINGEN – Den boerentram verschijnt terug in het straatbeeld

Over gans het boerentramverhaal met Leerbeek als middelpunt valt er in de regio Brussel/Halle/Ninove/Edingen nog maar weinig meer te zien. Sam Van Belle van de Heemkundige Kring Gooik vond het dan ook verantwoord en fijn die boerentram terug leven in te blazen. Neen, er komt geen nieuwe boerentram! Wel 12 beeld- en informatierijke borden die aan de belangrijkste haltes van destijds de vergane glorie van de boerentram in beeld brengen.

In Herfelingen kreeg er zo eentje een plaats toegewezen aan de toegang naar het kasteel Ter Rijst. Dit gebeurde in het bijzijn van Sam Van Belle, de verantwoordelijke van De Lijn Zenneland Pajottenland Erik Dreymaeker, de schepen van cultuur en toerisme Sandra Dero, de Hernse cultuurfunctionaris Tineke Moonens en de voorzitter van de Heemkundige Kring Gooik Jean-Paul De Loecker.

Een trigger

In september 1972 reed de laatste tram – in de volksmond nog altijd de boerentram – van Leerbeek via Lennik naar Brussel. Die gebeurtenis van ruim 51 jaar geleden was thans een trigger voor Sam Van Belle om die boerentram terug een plaats te geven in het Pajots straatbeeld.

Er werd op zoek gegaan naar oud fotomateriaal, tramverhalen en weetjes die konden dienen om de 12 permanente borden te stofferen. Via de technologie van de QR-code kan men zo voortaan op 12 markante plaatsen genieten van de informatie die Sam vergaarde.

Een bord komt er ook in Pepingen in de buurt van het kerkhof en in Herfelingen ook nog één aan de gemeentelijke basisschool De Regenboog.  Ook Lennik, Sint-Pieters-Leeuw en Gooik krijgen elk drie borden.

Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen  

Rond 1875 had België al een sterk uitgebreid spoornetwerk dat de grote kernen verbond. Omdat veel kleinere entiteiten en dorpen uit de boot vielen besliste de overheid een secundair netwerk uit te bouwen. Daarvoor werd in 1884 een wet goedgekeurd die de oprichting van de ‘Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen’ mogelijk maakte. Een 15 jaar later kon men van Brussel naar Ninove ook met de tram en in Leerbeek kwam de hoofdstelplaats voor de exploitatie van de netten met de lijn Halle-Ninove en de lijn Brussel-Edingen.

Die lijnen kenden veel succes. Veel land- en tuinbouwers konden met de tram naar de stad en de fabrieken waar ze hun producten konden verkopen op de markt of aan de verwerkende voedingsindustrie. Wekelijks werden lange trams ingelegd voor de marktdagen, de tram bevorderde de tewerkstelling en de scholieren konden na de dorpsschool met de tram naar de stad om er voort te studeren. 

De eerste trams waren voorzien van een stoomtractie die tussen WOI en WOII  voorzien werd van een elektrisch bovennet. Dat bleek evenwel niet genoeg om de tram een voorspoedige toekomst te blijven bieden. Vanaf de jaren ’50 ging het figuurlijk bergaf met de tram. Koning auto en de opkomst van de autobus zorgden voor een stille dood.

Alleszins een bezoek waard

In België is er nog één site die integraal bewaard bleef als buurtspoorwegstelplaats en dat is de tramsite van Schepdaal. Hier vonden trams onderdak en werden ze hersteld, was het trampersoneel thuis en stapten reizigers op.  De site bestaat sinds 1887 en is nu beschermd industrieel erfgoed. Ze werd opgeknapt en vertelt opnieuw haar verhaal. Historisch erg waardevolle trams – met zelfs een koninklijk rijtuig – staan hier opnieuw veilig op de sporen. Een bezoek meer dan waard.

Dit nieuwsbericht delen: